n.a.v. M. Golverdingen, Kleine geschiedenis van de gereformeerde gezindte. Een ontwikkeling in hoofdlijnen (serie Studium Generale), Heerenveen 2006
DE AFSCHEIDING VAN 1834 xe2x80x93 Hendrik de Cock
Hendrik de Cock (1801-1842) diende Ulrum als zijn derde gemeente. Hij volgde Petrus Hofstede de Groot op en was zelf ook een verlichte theoloog. Hij kwam in Ulrum in contact met Klaas Pieters Kuipenga die zei xe2x80x98Als ik ook maar een zucht tot mijn zaligheid moest toedoen, was het voor eeuwig verlorenxe2x80x99. Dit was hem totaal vreemd. Nu ging hij de Institutie van Calvijn lezen en hij veranderde helemaal. In heel de noordwesthoek van Groningen sprak men erover.
Situatie
Hoe was de situatie in de Ned.Herv.Kerk? De Verlichting had toegeslagen. Het rationalisme vierde hoogtij. De waarheid was schaars. De Dordtse Leerregels lag letterlijk onder het stof. xe2x80x98Wat niet redelijk is, is niet waar,xe2x80x99 zo beweerde men vrij algemeen. Het supranaturalisme was de overheersende theologie. Veel plaatselijke gezelschappen of conventikels vormden zich als tegenwicht voor de tijdgeest; deze samenkomsten strekten zich als een dicht netwerk uit over stad en platteland.
Groninger richting
De Groninger richting kwam op: voorman hierbij was Petrus Hofstede de Groot. Men legde nadruk op opvoeding; Jezus was de volmaakte opvoeder van het volk. Door deze opvoeding zouden de volkszonden steeds meer verdwijnen. De klassieke gereformeerde leerstukken verdwenen. Ook de kerkelijke dogmaxe2x80x99s als de drie-eenheid, de godheid van Christus en de leer van de verzoening werden verworpen.
Deze Groninger richting kreeg veel invloed. Men hield eenvoudige preken, legde een warm getuigenis af van de Vaderliefde van God en spoorde de gemeente tot heiligmaking aan. Waar het supernaturalisme een voorloper van de Groninger richting was, zou de Groninger richting weer de weg banen voor de radicale moderne theologie zoals J.H. Scholten die voorstond (niet te verwarren met H.P. Scholte!). Abraham Kuyper kreeg nog les van de Leidse hoogleraar.
Drie stenen des aanstoots
Drie xe2x80x98dijkdoorbrakenxe2x80x99 zijn er te signaleren: (1) De invoering van de Evangelische Gezangen in 1807, en de verplichting tot het zingen daarvan. (2) De invoering van het Algemeen Reglement in 1816. De Ned.Herv.Kerk werd een echte bestuursorganisatie. Willem I, een verlicht despoot, liet Jacobus Diedericus Janssen, zijn secretaris van het departement van Eredienst, dit maken. (3) De invoering van het Reglement op het Examen. Ds. Donker Curtius van Arnhem zat hierachter. Kandidaten moesten ondertekenen dat ze de leer xe2x80x98welke overeenkomstig Gods Woord isxe2x80x99 zouden voorstaan. Op twee manieren kon dit opgevat worden: als quia (omdat) en quatenus (voorzover). Het laatste was duidelijk een teken van leervrijheid.
Invloed Reveil op Afscheiding
Twee reacties kwamen er op de Verlichting: Reveil en Afscheiding. In Genxc3xa8ve was het Reveil onder ds. J.H. Merle dxe2x80x99Aubignxc3xa9 begonnen. In Nederland zou het Reveil een aristocratisch karakter dragen. Het Reveil was van grote invloed op de Afscheiding omdat er enkele invloedrijke publicaties uit voortkwamen die de gewone man bereikten en wakker schudden. Ds. D. Molenaar schreef Adres aan alle mijn Hervormde Geloofsgenoten (1825) en C. baron van Zuylen van Nuyevelt schreef De Hervormde Leer (1832).
Het dopen van kinderen uit andere gemeenten
In Ulrum kwam het tot een uitbarsting. De Cock was namelijk overgegaan tot het dopen van kinderen uit andere gemeenten. Dit was kerkrechtelijk onjuist, want ieder kind dat gedoopt wordt in de Naam van de drie-enige God is echt gedoopt, ook al doet een vrijzinnig predikant dat. Het gaat er immers niet om wie de doop bediend, maar in wiens Naam het gedaan wordt.
Toch ging De Cock hiermee door. Het was beslist onordelijk wat hij deed, want de andere gemeenten waar die mensen uit afkomstig waren kregen hiervan geen bericht.
Schorsing
Daar kwam nog bij een geschriftje van De Cock tegen twee van zijn collegaxe2x80x99s, getiteld Verdediging van de ware Gereformeerde leer en van de ware Gereformeerden, bestreden en tentoongesteld door twee zoogenaamde Gereformeerde Leraars, of de schaapskooi van Christus aangetast door twee wolven en verdedigd door H. de Cock, gereformeerd leraar te Ulrum. Die twee wolven waren Brouwer en Reddinghius. Opvallend scherp was De Cock. Woorden als xe2x80x98moordenaarsxe2x80x99 en xe2x80x98lasteraarsxe2x80x99 vielen. Nu gingen ook de hogere kerkelijke organen zich ermee bemoeien. Men wilde er geen leergeding van maken, maar puur een ordekwestie. Men kon het eenvoudigweg niet verkroppen dat deze eenvoudige dorpsdominee zich verzette tegen de leervrijheid van de Ned.Herv.Kerk. Zo werd De Cock voor onbepaalde tijd geschorst mxc3xa9t behoud van traktement. De reden: strafbare belediging en liefdeloze veroordeling. De Cock onderwierp zich aan de schorsing. Hij is de kerkelijke weg tot het einde toe gegaan.
Afzetting
De Cock ging in beroep maar het gevolg was: schorsing van twee jaar met verlies van traktement. Haitjema, een hervormd historicus uit de 20e eeuw, zou spreken over een xe2x80x98tergend onbarmhartige uitspraak en onmenselijk vonnisxe2x80x99. De Cock beriep zich met een zekere naxc3xafviteit op de koning. Inmiddels kwam er een nieuwe aanklacht. Hij had een Woord vooraf geschreven in het boekje van Jacobus Klok De Evangelische Gezangen, getoetst en te ligt bevonden. De Cock werd meteen afgezet, maar de Algemene Synode vond dit een procuderele fout en gaf hem een half jaar tijd voor berouw en leedwezen.
En toen kwam H.P. Scholtexe2x80xa6
De Cock heeft niet in een opwelling de Ned.Herv.Kerk verlaten. Hij forceerde geen breuk. Dat werd anders toen ds. H.P. Scholte (niet te verwarren met J.H. Scholten!) op bezoek kwam. In oktober 1834 kwam deze jonge predikant van Doeveren om zijn medeleven te tonen. Hij preekte vrijdagavond 10 oktober en doopte veel kinderen. Op zondagmiddag hield hij een hagepreek op een stuk land achter de pastorie. Maandagavond 13 oktober tekende de gehele kerkenraad de Acte van Afscheiding of Wederkeering, gesteund door 247 gemeenteleden. De volgende zondag preekte De Cock in het kerkgebouw en kreeg daarom gevangenisstraf en een geldboete.
Ook kwam er een inkwartiering van 150 soldaten in Ulrum, waarvan 12 in de pastorie van De Cock. De Acte kenmerkte zich door een grote eenvoud en een opvallend beroep op de Schrift. De Ned.Herv.Kerk wordt een valse kerk genoemd. Tegelijk is er een oecumenische roeping in het stuk: men wil gemeenschap hebben met allen die de gereformeerde belijdenis liefhebben. De terugkeer tot de leer, tucht en kerkorde van het voorgeslacht kreeg het zwaarste accent.
Jonge dorpsdominees
H.P. Scholte werd ook geschorst. In 1835 kwamen er zes adressen over de uitleg van de proponentsformule: is het quia of quatenus? Drie jonge predikanten: Gezelle Meerburg, Van Velzen en Brummelkamp, waren onder deze indieners. Door een geforceerd optreden van de kerkelijke besturen kwamen deze jonge predikanten aan de kant van de Afscheiding terecht. Begin 1836 gaven zes jonge dorpsdominees leiding aan de afgescheidenen. Later voegden zich er twee anderen bij:
De vaderen van de Afscheiding
Hendrik de Cock, 34 jaar oud. Hendrik Pieter Scholte (rechtsonder), 30 jaar oud. Hij zag de vrije kerken in Zwitserland als ideaal. Albertus Christiaan van Raalte, 24 jaar oud, kandidaat te Leiden. Hij werd afgewezen nadat hij aan het einde van een goed kandidaatsexamen spontaan had aangegeven dat hij niet wist wat er in de Reglementenbundel stond. Hij vertrouwde erop dat ze niet indruisten tegen het Woord van God. Van Raalte zakte vanwege het gebrek aan kennis van de reglementen. Anthony Brummelkamp, 24 jaar oud, uit Hattem.
George Frans Gezelle Meerburg, 29 jaar oud, uit Almkerk. Simon van Velzen, 25 jaar oud, uit Drogeham. Huibert Jacobus Buddingh, 26 jaar oud, uit Biggekerke. Lambertus Gerardus Cornelis Ledeboer, 32 jaar oud, uit Benthuizen (pas in 1841 afgezet). Hij had geen vrijmoedigheid om zelf tot afscheiding over te gaan. Voerde de psalmen van Datheen weer in.
Explosie
De autoriteiten verwachtten dat het verzet spoedig zou ineenschrompelen. Het tegendeel gebeurde echter. De Afscheiding werd een xe2x80x98explosiexe2x80x99 (Algra), met name in het noorden van het land. Eind 1835 waren er 80 gemeenten; in 1836 waren dat er al 137. Gezelschappen kropen uit alle schuilhoeken van het land. Dit had de kerkgang vaak vervangen. Door de Afscheiding ontwaakte weer een kerkelijk denken. In streken met veel gezelschappen zoals de Veluwe en de Zuid-Hollandse eilanden, ontstonden weinig afgescheiden gemeenten; de oorzaak was dat die gezelschappen al heel lang bestonden, wortelend in de Nadere Reformatie, en omdat de plaatselijke predikanten er niet zelden positief tegenover stonden (hier verving een gezelschap de kerkdienst niet maar vulde het aan). Plaatselijke factoren speelden ook mee, zoals in Drenthe. Daar waren hoofd- en bijdorpen (buitendorpen). Mensen uit kerkloze buitendorpen moesten zo ver lopen naar het hoofddorp dat ze vaak niet meer naar de kerk gingen, waar toch een verlichte prediking was. In buitendorpen kwamen catechiseermeesters en rondreizende oefenaars die de gereformeerde leer brachten. In veel kerkloze buurtschappen ontstonden afgescheiden gemeenten.
Het Nederlandse Reveil
Het Nederlandse Reveil karakteriseert zich door individualistische inslag en beleving van het geloof boven een goede dogmatische verwoording daarvan. Het was de zwakheid van het Reveil dat het in de kerk de zaken liet zoals ze waren. Alleen Groen van Prinsterer en een aantal van zijn vrienden toonden zich minder passief. Het Friese Reveil bestond uit vooraanstaande veehouders en landbouwers. Het was een echte volksbeweging.
Willem Bilderdijk was de ijsbreker van het Nederlandse Reveil. Zijn leerling Isaxc3xa4c da Costa schreef Bezwaren tegen den geest der eeuw. De justitie en politie verdacht de schrijver van revolutionaire samenzwering tegen de koning, zo hard sloeg de bom in. Bilderdijk dichtte heel treffend:
Verheerlijk God, maar niet den God,
Dien ge in uw binnenst schept;
Den God, Wien ge in uw brein gekneed,
In xe2x80x99t hart gebeiteld hebtxe2x80xa6
Reveil over Afscheiding
Hoe dacht het Reveil over de Afscheiding van 1834? Men was ontsticht. Men ergerde zich aan het optreden van de afgescheiden predikanten, waarin men een gebrek aan beschaving constateerde. Er vielen woorden als xe2x80x98plompxe2x80x99, xe2x80x98platxe2x80x99 en xe2x80x98onbehoorlijkxe2x80x99. Met name in het blad Nederlandsche Stemmen werd de Afscheiding scherp veroordeeld. Ondertussen werden de afgescheidenen steeds meer vervolgd. Via boetes, inkwartiering en uiteenjaging. In totaal hebben de afgescheidenen circa 100.000 gulden aan boetes betaald. Openbare verkopingen van de inboedel werden soms bewust op zondag gehouden, zodat geloofsgenoten de goederen niet konden terugkopen. In Reveilkringen trad door de vervolging een kentering op in de negatieve waardering van de afgescheidenen. Willem de Clercq bijvoorbeeld voelde zich in zijn geweten bezwaard om de strijd tegen de Afscheiding voort te zetten.
Groen van Prinsterer neemt het op voor de afgescheidenen
Groen van Prinsterer nam de verdediging op zich van de belangen van de afgescheidenen voor de rechtbanken. Daar smeedde hij ten behoeve van zijn pleidooien het begrip xe2x80x98gereformeerde gezindtexe2x80x99. Hij zag de afgescheidenen als hervormde geloofsgenoten, ook al hadden ze zich gedistantieerd van het Algemeen Reglement van 1816 (xe2x80x98Afvalligen wellicht van het Kerkgenootschap, maar voorzeker getrouwe leden van de gezindheid van de kerkxe2x80x99), toch behoorden ook de afgescheidenen volgens hem nog tot de xe2x80x98hervormde gezindheidxe2x80x99 of xe2x80x98gereformeerde gezindtexe2x80x99.
Groen schreef het boek De maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het Staatsrecht getoetst. In 1846 kwam er een einde aan de vervolgingen van de afgescheidenen. Van Groen van Prinsterer wordt gezegd: xe2x80x98Groen is gekomen, waar hij is gekomen, aan een vrouwelijke hand.xe2x80x99 Zijn vrouw was hem tot steun en toeverlaat. Het was een gelukkig huwelijk.
De vrijheidsaanvraag van 1839
In 1836 reeds kon men een verzoekschrift indienen om godsdienstvrijheid te krijgen. De afgescheidenen hadden echter een principieel bezwaar tegen een dergelijke aanvraag. Dan gaf men immers aan dat men zich niet zag als een voortzetting van de oude Ned.Herv.Kerk. In 1839 kwam daar echter geheel onverwachts het verzoek van H.P. Scholte en zijn gemeente te Utrecht om vrijheid te ontvangen onder de naam Christelijk Afgescheiden Gemeente. Ruim twintig gemeenten volgden. Dit bracht grote verdeeldheid. Ds. L.G.C. Ledeboer bezocht geheel onverwachts de afgescheiden synode van 1840 te Amsterdam zonder afgevaardigd te zijn. Het was xe2x80x98een verrassende blijdschapxe2x80x99. Hij verklaarde zich te voegen bij het kerkverband. Maar nauwelijks een jaar lang is hij lid geweest. Hij ging een eigen weg. In Zeeland keerde H.J. Buddingh zich ook van de afgescheidenen af (1839). Het grootste deel ging akkoord met het aanvragen van vrijheid en vormde de Christelijk Afgescheiden Kerk in Nederland. Daarnaast ontstond een klein kerkverband, de Gereformeerde Kerk in Nederland (onder het kruis) .
Crisis der jeugd
De Utrechtse kerkorde van 1838, ontworpen door H.P. Scholte, gaf in de inleidende artikelen een verbondsvisie die niet door iedereen werd gedeeld. In 1840 werd deze kerkorde daarom weer ingetrokken. De Dordtse Kerkorde werd weer bindend. De eerste 18 jaar van de Afscheiding (1836-1854) typeerde H. Bouwman als de xe2x80x98crisis der jeugdxe2x80x99. Er was sprake van vijf breuken en zes afzonderlijke kerkgroepen. Daar was bijvoorbeeld de Drentse en Gelderse richting, de Brummelkampianen en het debat rondom het ambtsgewaad. In de jaren 50 kwam er een gelukkige kentering: de heilzame invloed van de Theologische School te Kampen vlakte de liggingsverschillen af.
De stem van Adolphe Monod
De Franse predikant Adolphe Monod schreef in 1849 zijn boek Waarom ik in de gevestigde kerk blijf. Zijn broer Frederic had de Eglise Rxc3xa9formxc3xa9 verlaten, hij niet. xe2x80x98We moeten in de kerk blijven, maar om er te strijdenxe2x80x99. Hij was hierin Groen van Prinsterer tot steun, die op hetzelfde standpunt stond. Zelfs vond Groen de afschaffing van de belijdenisgeschriften geen reden om uit de kerk te gaan.
De leer van het Evangelie is immers haar historische, wettige en eigenlijke grondslag. Opvallend was dat Monod zijn broer niet veroordeelde om zijn afscheiding. Hij gaf aan dat naar zijn oordeel xe2x80x98deze broeders hun beslissing hebben kunnen nemen met een hart dat even recht voor God is als dat ik de tegenovergestelde beslissing genomen heb.xe2x80x99 Monod beklemtoonde dat wij maar ten dele kennen in dit leven.
Zij die bleven
Ds. B. Moorrees te Wijk (Land van Heusden) noemde drie argumenten om te blijven: (1) Er is nog ruimte. (2) Ze moeten ons er maar uitwerpen. (3) De hoop op herstel mag niet worden prijsgegeven. Toen De Cock naar Den Haag ging om op audixc3xabntie te gaan bij de koning, logeerde hij in Nijkerk bij ds. C.C. Callenbach. Hij vroeg hem mee te gaan met de Afscheiding. Callenbach antwoordde: xe2x80x98Ja, De Cock, wij zijn xc3xa9xc3xa9ns Geestes, maar als je moeder hoereert, blijft zij toch je moeder. Daarom kan ik haar niet verlaten en mij afscheiden.xe2x80x99 Het Adres van de zeven Haagse heren uit 1842 werd zonder meer van de hand gewezen. Hier was Groen van Prinsterer er xc3xa9xc3xa9n van. Da Costa kon zich hier niet in vinden. Hij verwachtte niets van de belijdenisgeschriften, omdat ze niets anders waren dan woorden op papier en omdat ze zwegen over de hoop voor Israxc3xabl. Dit bracht Da Costa in een ethische richting, die wegens haar halfslachtige karakter altijd zou terugdeinzen voor doortastende maatregelen.
Confessionele Vereniging
In 1864 werd de Confessionele Vereniging opgericht. In het eerst jaar traden 855 leden toe, drie jaar later waren het er 3000. Deze vereniging ging de juridische weg: het gaat hun om reorganisatie van de kerk op een zodanige manier dat de belijdenis onverzwakt zou worden gehandhaafd. Het was de eerste strijdbare richtingsorganisatie. In 1867 kwam een nieuw verkiezingssysteem in de Ned.Herv.Kerk en dat was ook het begin van de kerkelijke verkiezingsstrijd, die door de Confessionelen in plaatsen met een moderne kerkenraad vaak met succes werd gevoerd. Nicolaas Beets zag niets in de juridische weg. Hij pleitte voor een medische weg: We zijn samen zieke geworden, we moeten ook samen genezen. In de Ned.Herv.Kerk nam de machtspositie van de modernen omstreeks 1867 af. Bij kerkelijke verkiezingen werd in Groningen de Groninger richting in de kerkenraad aan de kant gezet! In Leiden werden de modernen met een verpletterende meerderheid verslagen.
Kohlbrugge als criticus
H.F. Kohlbrugge nam een geheel eigen plaats in. Hij ontwikkelde zich als dxc3xa9 criticus van de Afscheiding. Hij stond sympathiek tegenover De Cock, maar zijn advies was: doorgaan met preken en verder passief blijven. In 1835 noemde Kohlbrugge de Afscheiding een xe2x80x98strik des duivelsxe2x80x99 en xe2x80x98een weg van openbaarmaking van alles wat naar den vleesche isxe2x80x99. Kohlbrugge stichtte zelf trouwens in 1846 een vrije gemeente: de Niederlxc3xa4ndisch-Reformierte Gemeinde, waarbij zijn eigen ouderlingen hem in het ambt bevestigen omdat er geen predikant van de landskerk bereid was dat te doen. Buitengewoon scherp was Kohlbruggexe2x80x99s brief aan Brummelkamp:
xe2x80x98Zegt aan die mannen, Brummelkamp! zegt aan die mannen des Heeren woord: 1e. De akker waarop en de zaaier door wien de afscheiding het eerste gezaaid werd, en gelijk zij gezaaid werd, zijn vervloekt van den Heere Zebaoth. 2e. De leer uwer gemeente is niet de leere Christi, is niet een wandelen naar de Geest, maar naar vleesch, en de geest die nog onder u is uitgegaan is een logengeest in den mond aller uwer Profeten.xe2x80x99
Hereniging 1869
Hoe zag de situatie er in 1869 uit? Er was een toenaderingsproces aan de gang. Het kwam in dit jaar tot de vereniging van de Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Kerk in Nederland en de Gereformeerde Kerk in Nederland (onder het kruis). Vooral eerstgenoemde kerk nam een soepele houding aan en kwamen aan alle eisen van de kruisgemeenten tegemoet. De nieuwe naam werd Christelijke Gereformeerde Kerk met 252 + 76 gemeenten. Er was grote vreugde hierom. Een tijd van voorspoed en uitbouw van het kerkelijk leven volgde. Enkele Kruisgemeenten bleven zelfstandig. Onder leiding van de Kamper predikant ds. E. Fransen vormden ze een weinig samenhangend kerkverband. In korte tijd namen ze verschillende namen aan. Het werd uiteindelijk Gereformeerde Gemeenten onder het kruis. Met name in Zuid-Holland en Zeeland bestonden een twintig tal Ledeboeriaanse gemeenten. Deze verkeerden in volstrekt isolement. In 1907 zouden bovenstaande kerkverbanden samen de Gereformeerde Gemeenten gaan vormen.
Tenslotte
- Er was geen afscheidingsstrategie; de Afscheiding was een spontane geloofshandeling toen men geen weg meer open zag; het was de eis van het Woord.
- Dat men de Ned.Herv.Kerk als xe2x80x98valsxe2x80x99 betitelde, was fout; men kan een kerk niet vals noemen op grond van de wandaden van het kerkbestuur. Ds. G.H. Kersten vond deze kwalificatie ook te ver gaand.
- K.H. Miskotte stond heel sympathiek tegenover de Afscheiding; hij spreekt over de Afscheiding als een kerkelijke tegenrevolutie; volgens Miskotte openbaarde de moderne democratie zich het eerst in de Afscheiding.
- De crisis der jeugd werd veroorzaakt door het feit dat men kerkelijke zaken sterk gevoelsmatig benaderde; ook verabsoluteerde men de eigen geestelijke ligging. Er was veel afscheidingslust zonder afscheidingsnoodzaak. Het zicht op de kerk was kwijtgeraakt.
- Er zijn talloze sporen van een geestelijke opleving en een rijk geestelijk leven in de afgescheiden gemeenten.
- De Afscheiding heeft een positieve invloed uitgeoefend op (orthodoxe belijders in) de Ned.Herv.Kerk.
(1, Afscheiding) (2, Doleantie) (3) (4)