n.a.v. B. Wentsel, Dogmatiek (deel 4a), Kampen 1995
Noordmans
O. Noordmans was ethisch-gereformeerd, gevormd door J.H. Gunning, wilde een pastoraal beoefende dogmatiek en gaf aan de Heilige Geest een centrale plaats in de verkondiging. Ook hij wordt als theoloog van de Heilige Geest getypeerd. Bij hem is de Geest geen onpersoonlijk beginsel maar volop goddelijk Persoon. De Geest komt nog nader tot ons dan de Zoon. Het werk van de Geest bestaat niet alleen in het bevindelijk wonen en werken in ons, maar ook de beademing van de schepping, de ingeving van de Schrift, de toebereiding van de incarnatie en het samenroepen van de kerk. Hij is ook Trooster. Inzake het werk van de Geest in een niet-christelijke zin is Noordmans terughoudend. De deugden van de heidenen zijn glinsterende gebreken. De gemeente wordt geheiligd, maar hoort in de gevallen schepping niet meer thuis. Noordmans wil de herschepping niet zien als een herstel van de gegeven schepping en richt zich tegen K. Schilder. Ook tegen Kuyper, want dan zou het vreemdelingschap van de heiligen uit het oog worden verloren.
Noordmans noemt drie redenen waarom de Heilige Geest niet altijd zo duidelijk naar voren kwam in de prediking: (1) De rooms-katholieken zagen de vleeswording van de Zoon voortgezet in de kerk als heilsbemiddelares. Hier was de Geest niet meer bij nodig. (2) De reactie op het anabaptisme met haar wetteloosheid xc3xa9n aanbidding van de Geest. (3) De aard van de verhouding van de Heilige Geest tot ons is moeilijker te zien dan van de Vader en de Zoon.
Gestalte en geest, historisch spiritualisme
Kenmerkend voor Noordmans is dat de schepping en incarnatie kritische, oordelende begrippen zijn. Gods scheppen is gxc3xa9xc3xa9n vormen of maken, maar scheiden, oordelen. De zonde gaat even ver als de schepping. De incarnatie is geen voortzetting van de schepping; Christus heeft gedaante noch heerlijkheid en is niet de bloem der schepping. Alleen door het oordeel heen kan de mens verlost worden. Karakteristiek is zijn zienswijze inzake de dynamiek en dialectiek van gestalte en geest. Zonder de geest is de letter dood. Zonder de werking van de Geest blijven de heilsfeiten alleen historische gebeurtenissen en informatie. Petrus verdwijnt om plaats te maken voor Paulus als apostel der heidenen. Zo verbreekt de Geest de oorspronkelijke gestalte en scheidt wat tot verdwijning gedoemd is en wat Hem in het vervolg van de historie van dienst zal zijn. Het gaat zowel in de uitleg van de Bijbel als in de geschiedenis om de polariteit tussen gestalte (letter, schepping, feit, het gefixeerde, autonomie) en geest (van schepping tot voleinding zet de Geest Zijn werk voort). Noordmans gebruikt de term historisch spiritualisme. De Geest heeft een eigen taak. Hij gebruikt de diaken Stefanus, Hij bepaalt de weg van Paulus van stad tot stad. Dit historisch spiritualisme betekent dat het levende Woord van God nooit vervangen kan worden door dogmatische beelden. Het Woord heeft niet tot inhoud strakke gedachtenlijnen zoals de raadsbesluiten van God, maar xe2x80x98spreekt van wat de wereld beweegt en het hart ontroertxe2x80x99. Christus verschijnt op de golven van het bewogen gemoed in ons.
Berkhof zegt dat xe2x80x98met de figuur van Noordmans de schakel Luther-Calvijn-Kohlbrugge-Barth definitief is geslotenxe2x80x99. Hij kende geen theoloog die zo diep doordacht een theologie van zonde en genade voordroeg. Noordmans wordt een Nederlandse kerkvader genoemd.
Balans van Noordmans
(1) De verdienste van Noordmans is dat hij de triniteit en met name de Heilige Geest in het middelpunt van de verkondiging en het leven van de gemeente plaatste. Hij gaat tegen de heersende neiging in om de Vader en de Zoon vooral te benadrukken. Hij beklemtoont dat gelovigen een eigen relatie hebben met de Heilige Geest. Noordmans ging een eigen weg. Hij onderscheidde zich van Barths christocentrische concentratie. Hij distantieerde zich van de orthodoxie met haar methode voor verificatie van het dogma. Hij brengt de hele dogmatiek onder de noemer van het Testimonium Spiritus Sancti.
(2) Een tweede verdienste is zijn verrassende, cultuurhistorisch verrijkende visie dat de Heilige Geest steeds weer gestalten schept, deze ombuigt tot het beeld van Christus, of, indien zij daaraan niet willen beantwoorden, deze weer afbreekt. De Geest breekt een ondeugdelijke kerk af en schept nieuwe gestalten.
Tekorten bij Noordmans
(3) Zijn scheppingsleer van scheppen als xe2x80x98scheidenxe2x80x99 doet ernstig tekort aan het bijbelse scheppingsbegrip. Hij past heilshistorische verbondscategoriexc3xabn van zegen en vloek toe in de scheppingsleer. Dit heeft consequenties voor de pneumatologie: Zijn onderwaardering van de schepping betekent ook een onderwaardering van het werk van de Heilige Geest daarin. Noordmans weigert de verhouding van Schepping en Verlosser te zien als die van Maker en Hersteller. K. Schilder zei: xe2x80x98Naar mijn vaste meening verlaat Dr Noordmansxe2x80x99 dogmatiek hier den Christelijken bodemxe2x80x99.
(4) Noordmansxe2x80x99 conceptie vertoont de neiging om allerlei bijbelse gegevens onverwerkt te laten liggen, zoals zijn gebrek aan exegese bij het scheppingsbegrip. Noordmansxe2x80x99 sterk opgevoerde typologie Petrus contra Paulus (vlees contra Geest, letter contra mystiek) verdrukt de historische gegevens.
(5) Noordmans vertoont spiritualistische trekken. De Geest der vrijheid draait alle schroeven, ook die van het kerkrecht en de christelijke beginselen, die wij vastzetten, weer los. Hij slaat ons alles uit handen, altaren, heilige plaatsen, gestolde evangelixc3xabn, dogmaxe2x80x99s en structuren.
(6) We hebben bedenkingen bij Noordmansxe2x80x99 heiligingsleer. Hij beleeft de werking van de Geest meer sober, ingetogen en introvert in de inwoning in het gemoed, in de leiding van het leven, in de kracht tot arbeid, in de verzuchting in het gebed dan demonstratief in genezingsdiensten, opzienbare acties en tongentaal. Waarom? Het is zijn overtuiging dat het gehele werk van de Geest kan worden opgevat als en troosten van de ellendigen of de rechtvaardiging van de goddelozen. Ook ziet hij de heiliging als het scheppen, xe2x80x98scheidenxe2x80x99 en xe2x80x98oordelenxe2x80x99 en niet zozeer als een vernieuwend, omvormend herscheppen van het misvormde beeld van God. xe2x80x98In de herschepping krijgt het critisch karakter der schepping zijn voltooiingxe2x80x99. Hierbij rijst de vraag: verandert de Geest de zondaar niet? Noordmans ziet ook de heiliging vanuit het eschaton. De christen is onderweg, hij voelt zich in deze wereld nooit geheel thuis. De heerschappij van Christusxe2x80x99 Geest kan zich niet uitbreiden op ieder levensterrein. Noordmans is opgevoed in een gezin waar het Reveil en de Nadere Reformatie in achting waren. Hij is vooral bexc3xafnvloed door Plato, Augustinus, Calvijn, J.H. Gunning, Kohlbrugge en Barth. Noordmans werd geen barthiaan, wel Haitjema en Miskotte, met wie hij naar Barth toeging bij diens bezoek aan Nederland in 1926. Het is een fout van Noordmans geweest om Schilders cultuurbeschouwing op xc3xa9xc3xa9n lijn te stellen met de theologie van de Deutsche Christen. Waar ligt het grote gelijk van Noordmans? In deze zin: xe2x80x98De algemeene openbaring is niet meer de brug waarover de heiden in de kerk komt, maar de loopplank waarover de christen de kerk verlaatxe2x80x99!
Van Ruler
Wat betreft de promoting van de pneumatologie mag een ereplaats toegekend worden aan Van Ruler. Hij had een warm, mystiek hart, was een verlicht en briljant intellect en had een ernstig-speelse geest. Hij plaatste van meetaf de Heilige Geest in het middelpunt. Ik geloof in de Heilige Geest: dat is een confessie. Wanneer het geloof de gestalte krijgt van het geloven in de Heilige Geest gaat het ten volle over in de gebedsvorm. Het gebed is het enige middel om de Geest te ontvangen en alle gebed is gebed om de Heilige Geest. Van Ruler pleitte voor een veel bredere aanpak van de pneumatologie. Hij benadert de Geest vanuit de komst van het Koninkrijk van God, opgericht in het vlees. De Geest neemt gestalte aan in de enkeling als Zijn tempel. De Geest neemt gestalte aan in de kerk als het lichaam van Christus. Er is ook een politiek-cultureel aspect van deze inwoning. Hij bepleit de relatieve zelfstandigheid van de Geest ten opzichte van de Vader en de Zoon. Men kan niet zeggen dat de Geest in onze plaats belijdt of handelt; wij moeten het zelf doen; Hij vernieuwt ons hart en onze wil en ons verstand zodat wij zelf liefhebben, willen en denken.
Hij noemt acht redenen waarom binnen een trinitarische theologie de leer aangaande de Geest een relatief zelfstandige plaats dient te krijgen: de grootheid van de verlossing, dat de zondaar zo diep is gevallen, het is radicaal docetisch om het heil uitsluitend in objectieve factoren vanuit de verlossing in Christus te omschrijven, de verzoening vraagt een onthulling daarvan in het publieke werk van de Geest, verzoening is niet gelijk aan rechtvaardiging, het gaat om de inwoning van God in mensen, het is onmogelijk om onmiddellijk van de christologie over te stapen op de ecclesiologie en de eenheid met Christus is alleen mogelijk door het werk van de Heilige Geest.
Van Ruler plaatst de ambtsleer in het kader van de pneumatologie. Het ambt is God Zelf in Zijn handelend optreden. De gemeente staat rondom dit ambt met voorbede en kritiek. De ordinantie van de ambtdrager in de wettige, apostolische successie is een mededeling van de Geest. We moeten ook wijzen op Van Rulers messiaanse intermezzo. De incarnatie en nederdaling van de Geest zouden slechts noodmaatregelen zijn vanwege de zonden en in het eschaton ongedaan gemaakt worden. Van Ruler vroeg aandacht voor de hoge waarde van de bevindelijkheid in de kerk, pleitte voor een legitieme erkenning en wettige plaats van de stroming van de bevindelijken. De Nederlandse volksziel was volgens Van Ruler doortrokken van ultra-gereformeerde vraagstukken als predestinatie en heilszekerheid. Tenslotte heeft hij tussen pneumatologie en theocratie verbanden gelegd. Hij is een leerling van Haitjema en geestverwant van Hoedemaker. De overheid, Gods dienares, heeft tot taak de mens tegen verloedering te beschermen en ook via een school met de Bijbel de christelijke waarden te bevorderen.
Balans van Van Ruler
Hij was een bewonderaar van Noordmans, vanwege zijn opheffing van de gereformeerde theologie tot het niveau van een universeel christelijke katholieke theologie. Gaandeweg distantieert hij zich op twee punten van Noordmansxe2x80x99 denken. Van Ruler wil geen dualisme zien tussen schepping en het Rijk van God. Hij houdt staande dat de geschapen werkelijkheid alleen maar goed is. Hij koestert bezwaar tegen de opvatting dat de historische gestalte van Jezus door de Geest wordt vertolkt en omgezet in een boodschap. Van Ruler distantieert zich ook van Barth met diens zetten van een cirkel rondom het heil en omdat hij het zijnsmatige en heilsmatige dooreenmengt en omdat er bij hem veel te weinig ruimte is voor de pneumatologie. Van Ruler was zijn tijd ver vooruit met zijn aandacht aan de Heilige Geest. Hij verbreedde de reikwijdte van de pneumatologie tot het terrein van de cultuur en de staat. Hij wekte daarmee nieuwe belangstelling voor de theocratische gedachte: de overheid wordt beheerst door geestelijke, bovenmenselijke krachten. Zijn leer dat de Geest werkzaam is in vier gestalten: in het hart, de kerk, het geheiligde christenleven en in staat en maatschappij werd voor velen gemeengoed.
Goed is het dat hij aandacht vroeg voor de stroming van de bevindelijkheid. Daarmee maakte hij velen wakker en opende hij hun ogen voor het bestaan van spirituele ontwikkelingen en richtingen binnen de kerk, die door hen als achterhaald waren afgeschreven. Vooral kritisch zijn we tegenover zijn leer van het messiaanse intermezzo. De gehele structuur van zijn denken is van deze gedachte doortrokken. Hij haalt 1 Kor. 15:28 aan als bewijs, maar dit is niet sterk. Hier staat dat wanneer alles de Vader onderworpen is, ook de Zoon Zich aan Hem zal onderwerpen, Die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen. De drieheid smelt niet samen tot een enkelvoudige eenheid. Evenmin houdt de Zoon op als verheerlijkt mens te bestaan. Het gaat hier om een bestuurlijke overdracht, meer niet. Het is bezwaarlijk omdat de identiteit van de Getrouwe op het spel komt te staan en de consistentie van Zijn heilsplan op losse schroeven wordt gezet. Van Ruler herinnert in menig opzicht aan Kuyper. Hij spreekt ook vol bewondering over Kuyper, maar bestrijdt hem toch ook agressief.
Van Ruler heeft een belangrijke bijdrage geleverd voor de praktische zielszorg. Hij leert namelijk dat wij door Gods Geest deel moeten krijgen aan het heil, dat ieder persoonlijk zijn eigen weg doormaakt om zich dit heil toe te eigenen en dat de mens in dit alles zelf verantwoordelijkheid draagt. Sommigen vinden dat men de xe2x80x98rechtsexe2x80x99 zijde van Van Ruler teveel xe2x80x98linksxe2x80x99 heeft laten liggen, terwijl hij xe2x80x98rechtsxe2x80x99 zoveel te bieden heeft. Verdere kritiekpunten zijn dat hij neiging heeft tot speculeren, een zwak Schriftberoep heeft, spiritualistische en gnostieke tendensen heeft, de Geest te zelfstandig maakt van de Zoon, ahistorisch is, een overspanning van het transcendente karakter van de eschatologie, dualisering van heil en schepping en het overtrekken van de apostolaatsgedachte als primaire roeping van de kerk.
Berkhof
Berkhof getuigt dat er in de kerkelijke kringen waaruit hij stamt heel weinig over de Heilige Geest werd gesproken. Er is een zekere huiver voor geestdrijverij en wie in Christus gelooft heeft ook de Geest. In 1952 schreef hij zijn Crisis der Middenorthodoxie, in 1964 De leer van de Heilige Geest. De pneumatologie was dus een verwaaroosd gebied. Dit komt allereerst door de aard van de Geest Zelf: Hij leidt onze aandacht af van zichzelf naar Christus. Historische oorzaken zijn de geestdrijvers, die de kerken afschrikten. Berkhof gaat zover dat we de Geest geen Persoon meer mogen noemen. Hij loochent de drie-eenheid. Berkhof vindt ook dat de kerk het verwaarloosd heeft te verkondigen dat de zending de eerste en fundamentele daad van de opgestane Christus is. Hij schenkt de gemeente charismata met het oog op de overdracht van het evangelie. Berkhof beschouwt de substantialistische mensleer en het verschijnsel van de mystieke sluitrede als gebrek, wat tot een lange periode van onvruchtbare zelfbeschouwing leidde. Berkhof kiest voor de relationalistische mensbeschouwing; de mens is wat hij is niet door zijn innerlijk leven (verstand, wil, gevoel, hart), maar door zijn relatie tot God, tot zijn naaste en tot de wereld om hem heen. Hij acht termen als xe2x80x98ingegoten genadexe2x80x99 en xe2x80x98nieuwe hoedanighedenxe2x80x99 (Dordtse Leerregels) niet langer bruikbaar. Hij acht de syllogismus practius als bijkomend teken van de beloften van God aanvaardbaar, maar verwerpt de syllogismus mysticus.
Berkhof acht het ook een tekort dat het element van de vervulling met de Geest en de charismata ontbroken heeft. Ook het werk van de Geest in de natuur en de wereld buiten de kerk of het kosmische aspect van de pneumatologie is in het christelijk denken zeer verwaarloosd (met uitzondering van Calvijn en Kuyper). In het Oude Testament wordt de Geest verbonden met de wijsheid, de landbouw, de architectuur, de rechtspraak en politiek. De Franse Revolutie had daarom met haar idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap veel meer met Christus te maken dan diegenen die zich in de naam van Christus hiertegen verzet hebben zich bewust waren. xe2x80x98De bevrijdende en hervormde kracht van de Geest van Jezus Christus is overal aan het werk waar mensen bevrijd worden van de tirannie van de natuur, de staat, kleur, kaste, klasse, sekse, armoede, ziekte, ontwetendheid, enz.xe2x80x99
Balans van Berkhof
De Geest wordt door Berkhof gekenschetst als het persoon-zijn van God in Zijn handelen naar buiten toe. Berkhof sloeg een brug tussen de gevestigde kerken en de Pinksterbeweging door de charismata ook de volle aandacht te geven. Graafland verwijt Berkhof dat hij de oude ketterij van het modalisme weer doet herleven. Berkhof zegt dat na de opstanding de Zoon en de Geest samenvallen. Er wordt bij Berkhof onvoldoende recht gedaan aan het mens-zijn en het herstellende werk van de Geest. De mens is meer dan een antwoordend, verantwoordelijk en relationeel wezen. Hij is een er-zijn, schepsel-lijkheid, structuur, geest, lichaam, persoon met verstand en emoties, wil en streefkracht. Hij is in zijn totaliteit beeld Gods. Berkhof opent (voor sommigen waardevolle) perspectieven met zijn beschouwing dat de Heilige Geest de bron ven de achtergrond van allerlei processen van bevrijding, mondigheid en emancipatie in de westerse cultuur is. Hij wijst hierbij ook terecht op de vernietigende tegenkrachten en schaduwzijden van de Verlichting, zoals het wegdringen van God uit de maatschappij, de seksuele losbandigheid en de opkomst van een nieuw heidendom. Hij maakt duidelijk dat de autonome mens de schuldige is van deze Godsverduistering en dat God onze cultuur bijeenhoudt en kan bewaren voor een uiteenvallen door verlies van het Midden.
Woelderink
J.G. Woelderink was verwant met de Gereformeerde Bond, maar uitte ook veel kritiek hierop. Hij vertegenwoordigde de meer verbondsmatige, progressieve stroming. Hij kwam op voor het leven uit de verbondsbeloften, die de gelovigen zekerheid bieden en voor de eenheid van Woord en Geest tegenover het spiritualisme dat de heilszekerheid chronisch ondermijnt en de vreugde wegneemt. Hij heeft de pneumatologie vanuit de praxis pietatis verdiept. Hij is ervan overtuigd dat onze enige kracht gelegen is in de grootheid, de heerlijkheid en de kracht van God de Heilige Geest. Deze Geest heeft met de grootste zorg de menselijke natuur van de Middelaar toebereid. Deze Geest overtuigt ons van de waarheid van het evangelie en maakt ons levend. Deze Geest is de auteur van de Schrift, Hij woont in de gelovige, Hij gaat in de geschiedenis een smartenweg, Hij is teleurgesteld over ongeloof en ondank. Woelderink wilde correcties aanbrengen in de predestinatieleer. Hij wilde niet dat het zwaartepunt bij de bevindelijke mens lag, in plaats van de belovende God.
Graafland
C. Graafland erkent royaal de grote waarde van de spiritualiteit van de bevindelijk-gereformeerden, maar onderkent ook de schaduwzijden daarvan en wil deze op meerdere punten corrigeren. De bevinding maakt de kracht van hen uit en typeert het eigene daarvan. In deze kringen werd de meeste weerstand tegen de Godsvervreemding in de 20e eeuw geboden. Graafland laat wel kwetsbare plekken en schaduwzijden zien. Zo reduceerde Calvijn de rechtvaardiging. Dat God gelovigen ook rechtvaardigt op grond van hun gehoorzaamheid aan Zijn geboden kwam niet of onvoldoende in beeld. Zodoende overheerst het juridische aspect. Door een crisiservaring ga je behoren tot een elitaire groep. Velen worden gekweld door onzekerheid. Er ontstaat een soort twee-bronnen-leer: Bijbel en bevinding. Er is ook sprake van een toenemende verdeeldheid binnen de gereformeerde gezindte: een deel ziet de bevinding als wezenskenmerk van het gereformeerd-zijn, een ander deel ziet het geloof in Gods beloften als kenmerk en acht de beleving van secundaire aard. De kloof tussen beide groepen is diep: zij loopt dwars door de kerken, zelfs binnen een modaliteit.
Graafland reikt het volgende aan:
(a) De bevinding dient bijbels verdiept te worden tot de beproefdheid in het geloof.
(b) De geestelijke ommekeer of wedergeboorte dient uit een abstract isolement gehaald te worden en geplaatst.
(c) De rechtvaardiging dient breder uitgebouwd te worden; gelovigen worden niet alleen als goddelozen, maar ook als rechtvaardigen op grond van hun goede werken gerechtvaardigd.
(d) De bijzondere werkingen van de Geest moeten niet worden toegeschreven aan het eigen karakter van de beginperiode van de kerk. Graafland pleit voor het honoreren van de belofte dat de Heilige Geest ook nu charismata aan de gemeente schenkt. Het gemis hieraan kan er de oorzaak van zijn dat er zo weinig straling en wervingskracht van bevindelijk-gereformeerden uitgaat. De bevinding moet dus niet gereduceerd worden tot een innerlijk aspect van het binnenkamerbestaan.
(e) Inzake de geestelijke strijd rondom de uitverkiezing als het hart van de kerk pleit Graafland voor een heilshistorische, christologische fundering van deze leer.
Karl Barth
Barth kwam uit een predikantengeslacht. Hij raakte in Berlijn in de ban van de liberale Harnack, die Jezus als leraar van mensenliefde zag. In Marburg maakte Herrmann grote indruk. Hij werd wel de vroomste onder de liberale theologen genoemd. In de pastorie is Barth een theoloog die het christendom beleeft als een kritisch te onderzoeken verschijnsel en als een zaak van voornamelijk moreel beleven. Hij meent dat de idealistisch-romantische theologie heel goed met de reformatorische valt te verenigen. Van 1911 tot 1921, tijdens zijn predikantschap in Safenwil, ondergaat Barth een radicale ommekeer. Hij is ontdaan van de maatschappelijke nood van de fabrieksarbeiders. Hij komt als xe2x80x98de rooie domineexe2x80x99 op voor de arbeiders tegenover de fabrikanten als een Mozes tegenover farao. Hij leert vrienden kennen als Eduard Thurneysen en Christoph Blumhardt. Barth leert steeds meer het eschatologische aspect van het Rijk van God kennen. In 1919 houdt hij een rede waarin hij de openbaring Gods centraal stelt en verzet aantekent tegen het rechtstreeks verbinden van Christus met de sociaal-democratie, het pacifisme of het liberalisme; hij noemt dit de secularisatie van Christus. In 1914, het jaar van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, is Barth zeer geschokt door het feit dat de Duitse liberale theologie automatisch tot een oorlogstheologie of tot een christelijk opgesierde Germaanse strijdtheologie verworden is. Door de nood der mensheid en de noodzaak van de prediking gaat hij zich toeleggen op bijbelstudie.
Romeinen
In 1916 begint hij met de Romeinenbrief, in 1919 verschijnt het alarmerende commentaar Der Rxc3xb6merbrief. Geen steen is op de andere gebleven, zo zegt Barth erover. Het is de theologie van de crisis: God de Rechter maakt dood en levend. De meest bekende typering is die van dialectische theologie. God spreekt Zijn veroordelend neen tot ons en Zijn rechtvaardigend ja. Wij kunnen als mensen niet over Hem spreken, maar moeten toch iets van Hem horen om over Hem te kunnen spreken. Wij zijn met de waarheid onderweg en voeren met elkaar dialoog. Barth werd op grond van dit boek benoemd tot hoogleraar op een speciale leerstoel in de calvinistische theologie in Gxc3xb6ttingen. Hij was niet gepromoveerd. Alle doctorstitels kreeg hij honoris causa! Na Gxc3xb6ttingen werd hij gewoon hoogleraar in Mxc3xbcnster, Bonn en Bazel. Barth wees de natuurlijke theologie van het nationalisme en racisme, van Schleiermacher tot de wildemannen van de Deutsche Christen af. In 1935 werd hij Duitsland uitgewezen. De verschijning van elk deel van de Kirchliche Dogmatiek was in vele theologische kringen een gebeurtenis. Het waren vooral stenen in de vijver toen hij bijna bij de alverzoening uitkwam en toen hij de kinderdoop afwees. Barth wordt wel de theoloog van het Woord Gods genoemd. Opvallend is dat hij zichzelf later vooral als theoloog van de Heilige Geest beschouwde.
Barthxe2x80x99s pneumatologie
(1) Het bemiddelende principe tussen Christus en de christenen is niet het religieuze bewustzijn, maar God de Heilige Geest Zelf. Deze Geest schept een onverbrekelijke band tussen Christus en de gelovigen zonder dat deze twee polen elkaar oplossen. Barth gaf onevenredig veel aandacht aan de goddelijke pool, als reactie op het mensmiddelpuntige dingen van zijn tijd.
(2) Barthxe2x80x99s pneumatologie is van meet af aan trinitarisch van aard.
(3) De Geest is nauw verbonden met Jezus Christus.
(4) Barth gewaagt in zeer sterke bewoordingen van het wonder van de wedergeboorte of vernieuwing door de Heilige Geest. De Heilige Geest fundeert het christelijke leven. De Geestdoop is de gestalte van de almachtige, werkzame, scheppende, de wereld met zich verzoenende genade.
(5) God de Geest is de soevereine HEERE en is en blijft het vrije Subject in al Zijn handelen. God onttrekt Zich aan iedere machtsgreep van de mens. Het kenmerkende van de Geest is: vrijheid. De Geest-doop en de water-doop moeten van elkaar onderscheiden worden als Gods genadewerk en als ons geloofswerk. God geeft Zijn genade niet uit handen. Ook de ambtsdragers zijn geen middelen voor deze genade.
Een balans van Barth
(6) Een grote verdienste is dat Barth nadrukkelijk met de ene kerk de Godheid van de Heilige Geest en de triniteit belijdt. Barth belijdt dat de ene God niet eenzaam is. Een verwijt aan Barth is dat hij de geschiedenis maakt tot een kopie of uitwerking van een eeuwig binnen-goddelijk entre-nous en de mens van eeuwigheid bestaat als een soort pre-existent wezen in de Heilige Geest. Barth legt sterke verbanden tussen tijd en eeuwigheid. Een tweede verwijt wordt wel gemaakt dat Barth zich schuldig maakt aan een vorm van modalisme door niet te spreken van de personae van de triniteit maar van zijnswijzen. Deze beschuldiging is niet zo makkelijk waar te maken.
(7) Barth betuigt keer op keer dat wij God alleen kennen omdat Hij Zich van Zijn kant aan ons opebnaarde in de geschiedenis en omdat de Heilige Geest het subjectief kenprincipe van onze Godskennis is. Barth luidde de doodsklok over de liberale bewustzijnstheologie; hij legde haar braafheid en burgerlijkheid als vijandschap tegen God bloot. Hij stelde christelijk gecamoufleerde schijnvroomheid als slechtheid aan de kaak. Nu erkennen we dat Barthxe2x80x99s christocentrische concentratie correctie behoeft. Niettemin blijft zijn grootste verdienste zijn initiatief om bij God en Zijn openbaring te beginnen.
Barth bracht de theologie tot nieuwe bloei. Daar waar men erover dacht de theologische faculteit op te heffen of deze te vervangen door een faculteit voor godsdienstwetenschap riep hij op tot een beoefening van de Godgeleerdheid vanuit het Woord Gods. Door zijn diepgravend spitswerk stuitte hij op eeuwenoude grondlagen in de theologie. Mag en moet de theologie dan ook niet haar vertrekpunt nemen in de door de Heilige Geest vernieuwde, bezielde, verlichte mens met zijn wisselende behoeften in actuele situaties? Het is bedenkelijk en verwerpelijk om de waarheid van het evangelie afhankelijk te maken van de herkenbaarheidswaarde daarvan voor en de overtuiging of innerlijke groei van het subject omdat zijn behoeften wisselen met de mode van het seizoen. Het maakt ook groot verschil welk soort zelfbewustzijn tot uitgangspunt gekozen wordt van een theologie die bij de ervaring begint. Ook kan het christelijk bewustzijn van de enkeling en de gemeenschap ver verwijderd raken van de gemeenschap van God. Dit alles sluit niet uit dat God met de mens een levendig verkeer onderhoudt en dat in dit verkeer de herboren mensen een eigen rol speelt.
De schaduwzijden van Barthxe2x80x99s pneumatologie
(8) Een tekort is dat Barth onvoldoende ruimte geeft en onvoldoende aandacht besteedt aan het werk van de Heilige Geest in de kosmos en de cultuur. Barth weigert de schepping als een tweede en zelfstandige bron van de Godskennis naast de openbaring Gods in Christus te erkennen. Wij willen vasthouden aan het onderscheid algemene en bijzondere genade.
(9) Er zijn spanningen tussen het werk van Christus en dat van de Heilige Geest. Is het namelijk niet tegenstrijdig dat de Geest van Christus niet vernieuwt degenen voor wie Christus wel heeft geleden en voor wie Hij wel is opgestaan?
(10) Barthxe2x80x99s sacramentsleer wijzen we af. Hij beschouwt ze niet meer als heilsmiddelen. Jezus Christus is bij hem het enige sacrament. Barth kwam hiermee terecht in de buurt van de spiritualisten en dopers. Hij verwijdert zich hiermee ver van een lange kerkelijke traditie.
(11) Het goddelijk subject krijgt zoxe2x80x99n klemtoon dat het (vrome) menselijke subject in de verdrukking komt en dat een waardevol stuk van de christelijke traditie, namelijk de mystiek, wordt geschrapt. Er xc3xads ook een ware vroomheid en echte mystieke verbondenheid aan Christus. Die kent Barth ook; het gebed neemt een belangrijke plaats in in zijn KD. Toch constateren meerden dat de warme onderstroom door hem is afgedamd. Het gevolg daarvan is geweest dat zijn volgelingen in preek en boek alsmaar aantrapten tegen (sante)kramen op de religieuze markt, maar daarvoor niets positiefs in de plaats stelden. Zodoende bleef het hart leeg en ontbrak de bezielende warmte in de kerk!
Moltmann
De zeer productieve J. Moltmann schreef in 1964 Theologie der Hoffnung. Als volgeling van Barth dacht hij dat na diens KD alles al gezegd was. Van deze vergissing werd hij bevrijd door Van Ruler. Mede gexc3xafnspireerd door de marxistische Ernst Bloch stelde hij dat de eschatologie geen sluitpost of laatste paragraaf mag zijn in de dogmatiek maar dat deze de gehele christelijke leer moet doordringen. Marxisme en christendom zouden dan verenigd worden en een betere wereld in zicht. In 1972 verscheen Der gekreuzigte Gott. Moltmann is van mening dat de pneumatologie in het verleden is verwaarloosd. Alleen die xe2x80x98Geestxe2x80x99 werd voor heilig verklaard, die aan het kerkelijk instituut als medium van genade verbonden is. Moltmann ziet het als zijn opdracht een trinitarische pneumatologie te ontwikkelen. De Heilige Geest is meer dan een eigenschap van God en meer dan een gave aan het schepsel. Hij is de aanwezigheid van God als Persoon. De Geest is Gods empathie, gevoeligheid, nederdaling, ontlediging, meeleven, kwetsbaarheid, lijdensvatbaarheid. De derde Persoon heeft een zekere anonimiteit of naamloosheid.
In de Oude Kerk leerde men al dat de drie Personen in elkaar existeren of men had het over een wederzijdse doordringing (perichorese). In de drie-enige God vindt een eeuwig levensproces plaats door de uitwisseling van energiexc3xabn. We kunnen de Persoon van de Geest ook benaderen vanuit Zijn werkingen en werken. Moltmann vat viermaal drie metaforen samen: de Geest is Heere, moeder, rechter, Hij is energie, ruimte, gestalte, Hij is stormwind, vuur, liefde, Hij is lichtbron, water, vruchtbaarheid.
Filioque en panenthexc3xafsme
Het specifieke van de Heilige Geest is dat Hij gemeenschap is tussen de Vader en de Zoon, en gemeenschap sticht tussen God en ons. Moltmann acht het filioque overbodig. De weg gaat steeds alleen van de Zoon naar de Geest, niet meer van de Geest naar de Zoon. Het Woord en de Adem gaan tegelijkertijd uit van de Vader en begeleiden elkaar. De Geest rust in de Zoon als woning. De Geest straalt het licht uit en doet dit uit en door de Zoon. Het belangrijkste theologische bezwaar tegen het filioque is dat daarin niet tot zijn recht komt dat de Zoon en de Geest met elkaar in een wederzijdse betrekking staan. Moltmann streeft ernaar om vanuit de wederzijdse betrekking tussen de Zoon en de Geest het heilsobjectivisme en subjectivisme te overwinnen. Hij behandelt als Godservaringen onder meer de bevrijding tot het leven, de rechtvaardiging en de gerechtigheid ook in de structuren, de wedergeboorte en de heiliging, de vervulling met charismata en de theologie der mystieke ervaringen. Moltmann kent inzake de heilsweg grote waarde toe aan de mystieke liefdeservaringen van het naar de zalige God hongerende hart. Moltmann belijdt hier zijn pan-en-thxc3xafsme: alles is in God. God zal alles in allen zijn. Wie Gods tegenwoordigheid in de Godverlatenheid van de gekruisigde gelooft, die ziet Hem overal, in alle dingen, zoals men na een doodservaring het leven intensiever beleeft als ooit tevoren. God is in alle dingen; alle dingen zijn in God.
Een balans van Moltmann
Een verdienste van Moltmann is dat hij op fijnzinnige wijze aantoont van welk een groot gewicht het gemeenschapsleven van de Vader, Zoon en Heilige Geest is voor de geloofsleer. Hij bereikte het effect dat het leven van de drie-enige God een levendig beeld kreeg en dichter bij ons kwam te staan. Schaduwzijden zijn er ook. Moltmann begeeft zich namelijk op gnostieke, neoplatonische paden en overschrijdt bijbelse grenzen. Een ander bezwaar is zijn panenthexc3xafsme. God is en blijft de Hoogverhevene. We wijzen daarom af de gedachte van het onbemiddelde zien van God. De openbaring is en blijft middelijk. Ook Moltmanns afscheid van het filioque is bezwaarlijk.