n.a.v. Charles Groenhuijsen, Hoera! Een nieuwe president. Over kandidaten en campagnes, dollars en democratie, geheimen en geruchten, leugens en lobbyisten, Amsterdam 2007 en Frans Verhagen, De beste wint nooit. Het ABC van de Amerikaanse verkiezingen, Amsterdam 2007
Campagnevoeren is een vak
In geen land ter wereld zijn verkiezingscampagnes zo lang. In Amerika is campagnevoeren een vak. Bush had Karl Rove; zolang hij zich aan het gedetailleerde draaiboek hield, was hij een goede kandidaat. Met chirurgische precisie boren campagnemensen nieuwe groepen kiezers aan of men bouwt gedetailleerde kiezersbestanden op. Neem de Russische Joden in 2004: het is een hechte gemeenschap die je via synagogen en kleine krantjes makkelijk bereikt. Dit werd een groot succes voor de Republikeinen. Er zijn speciale bedrijven die bestanden combineren om van miljoenen Amerikanen een politiek profiel op te stellen. Er wordt vaak gezegd dat de slimste kandidaten meer weten over de kiezers dan de kiezers over de kandidaten! Smerige campagnes zijn dodelijk effectief. Een scheldpartij blijft langer hangen dan een prachtplan over de gezondheidszorg. Dat beeld blijft hangen, of het waar is of niet. Het werkt. Campagnes kopen tijd in bij televisie- en radiostations om hun kandidaten te promoten. Dit gebeurt met precisie: men weet precies welke bevolkingsgroepen men op welke zender aanspreekt. Deskundigen waarschuwen voor politieke overkill. Hoeveel kan een gemiddelde burger verdragen?
Scherpe selectie
De selectie is scherp: in 220 jaar bereikten slechts 42 mannen het Witte Huis. Het is bepaald geen toeval dat de meest succesvolle presidenten geconfronteerd werden met een crisissituatie die het beste uit hen haalde. De presidentsverkiezingen bestaan uit drie fasen: (a) Aankondigen, organiseren, opbouwen. Geld inzamelen (in 2008 ongeveer 100 miljoen dollar), vrijwilligers aantrekken, tegenslagen overwinnen, vertrouwen genereren. (b) De voorverkiezingen, leidend tot de nominatie. (c) De uiteindelijke presidentsverkiezingen. In Iowa moet je zowat met elke kiezer spreken. Daarom beginnen ze al jaren van tevoren. Sommigen kandidaten lieten Iowa links liggen, zoals Reagan in 1980 en Giuliani in 2008. De kiezers van New Hampshire zijn meedogenloos. Johnson gaf er in 1968 de brui aan toe daar maar met een klein verschil won. Een dark horse noemt men iemand die totaal onverwacht met de nominatie aan de haal gaat (Carter in 1976), vaak na een impasse op de conventie. Een hatchet man is de man met het kapmes. Zo trad Robert Dole in 1976 op als de pitbull voor de vriendelijke president Ford. John McCain wordt wel de xe2x80x98Pander Bearxe2x80x99 genoemd, de Super Slijmer.

Campagnes vragen veel van de kandidaat
Iowa is een goed voorbeeld van hoe de Amerikaanse verkiezingen werken. In de lange veroveringstocht naar het machtigste ambt ter wereld moet een kandidaat op dorpsniveau beginnen. Obama begon in 1996 als kansloze outsider aan zijn Senaatsrace in Illinois. Hij hield persconferenties waar niemand kwam, hij ging naar kerkdiensten waar de dominee eenvoudig vergat te vertellen dat hij er was, na anderhalf jaar had Obama in totaal 5 vrije dagen gehad. Maar zijn volhardende ijver werd beloond. Er werd ineens over hem gepraat. De grote doorbraak kwam in 2004, toen hij op de Democratische Partijconventie in Boston de keynote speech mocht houden. xe2x80x98Er is niet een links Amerika en een rechts Amerika. Er is de Verenigde Staten van Amerikaxe2x80x99.
Geen moment verslappen
Om gekozen te worden moet je fysiek beresterk zijn. Iedereen wil voortdurend wat van je. Je moet blijven glimlachen, je moet iedereen die je aanspreekt laten zien dat je echt luistert. Je mag geen moment verslappen, xc3xa9xc3xa9n pijnlijke verspreking of vergissing kan fataal zijn. Toen Obama campagne voerde voor een Senaatszetel stuurde zijn Republikeinse tegenstander een jongeman op hem af die de opdracht had hem voortdurend te filmen, onophoudelijk, op een afstand van amper anderhalve meter. Obama krijgt er na een paar dagen schoon genoeg van. Op een persconferentie nodigt hij op luide toon verslaggevers uit om kennis te maken met die jongen. Zij gaan die jongen hinderlijke vragen stellen. De agressieve tactiek heeft een boemerangeffect. Obama wint. Obama heeft in totaal drie keer kunnen profiteren van de privxc3xa9-schandalen van anderen, dat is zijn geluk.

De beste wint nooit, want doet niet mee
Veel kandidaten die misschien heel goed lijken, beginnen er niet eens aan: ze hebben geen zin in het kussen van babyxe2x80x99s en het uiten van clichxc3xa9s. Het proces schrikt dus een aantal van de best and the brightest af. Tegenwoordig wordt er twee jaar fulltime campagne gevoerd. Dat is langer dan gezond is en vormt nog een extra reden waarom mogelijk heel goede mensen niet meedoen. Daarom wint de beste nooit. Wel overleven absolute minkukels niet. Het eindoordeel over een president kan ook niet te vroeg: je weet pas hoe slecht een president is geweest als je weet hoe lang het duurt om de schade die hij aanrichtte op te ruimen. Rubber chicken circuit: minstens xc3xa9xc3xa9n jaar, vaak veel langer, wordt de kandidaat geacht in mottige motels te slapen, alle lokale barbecues en braderiexc3xabn met een bezoek te vereren en het daar aangeboden vlees te nuttigen. De kwaliteit van kippenpoten laat vaak te wensen over, vandaar de naam.
Geld en campagne
Een senator die er na 18 jaar mee stopt zegt: xe2x80x98Mijn beslissing is voor een groot deel bepaald door het akelige feit dat ik vanaf nu de helft van elke dag moet besteden aan het binnenslepen van geld. Ik moet 125.000 dollar per week ophalen; dat is 25.000 per werkdag; 3000 dollar per uurxe2x80x99. Belastinggeld voor politieke campagnes willen de meesten niet. Een kandidaat mag niet meer dan 4600 dollar aannemen per kiezer. Beperkingen gelden niet als een kandidaat geld uit eigen kas haalt. De burgemeester van New York, Michael Bloomberg, doet dit ook. Hij werkt voor het symbolische bedrag van 1 dollar per jaar; hij wil geen salaris. John Kerry mocht in 2004 niet het geld van zijn steenrijke vrouw Theresa Heinz gebruiken; wettelijk is dit verboden. Rijken kunnen zo niet meer kolossale bedragen storten in ruil voor politieke gunsten. Bill Clinton had als verrassing voor zijn politieke vrienden een overnachting in The Lincoln Bedroom in het Witte Huis. Het vormen van actiegroepen is wel toegestaan. Ze mogen niet oproepen om op een bepaalde kandidaat te stemmen, maar ze mogen wel subtiel duidelijk maken waarom de andere kandidaat niet goed is. De verwachting is dat tegen 4 november 2008 de twee kandidaten elk minstens 500 miljoen dollar hebben uitgegeven.

Lobbyisten
Maar in plaats van deze mensen zijn er nu wel heel veel lobbyisten, die veel binnenslepen. Lobbyisten komen er steeds meer: al meer dan 35.000. Vaak doen ze niks anders dan mogelijke maatregelen van de overheid tegenhouden. Wie zien we in al die chique kantoren van lobbyisten terug? Ex-Congresleden en voormalige hoge ambtenaren. Die weten immers als geen ander de weg in Washington. Men verdient veel meer: 300.000 dollar als beginsalaris tegenover 175.000 voor volksvertegenwoordigers. Ex-Congresleden mogen verblijven in voor gewone stervelingen afgesloten ruimtes op Capitol Hill. De naam lobbyist ontstond in het Willard Hotel in Washington, waar president Grant zijn brandy genoot, terwijl er wheelers and dealers rondhingen om hun zaak bij de president te bepleiten. Tijdens de Republikeinse dominantie van het Congres, van 1995 tot 2006, is de macht van K-Street (de straat in Washington waar veel lobbybedrijven kantoor houden) enorm toegenomen.
Geld zegt niet alles
Kandidaten kunnen wel putten uit een overheidspotje, maar dan moet men zich aan strenge voorwaarden houden en dan kan men bijna geen geld meer van anderen aannemen. Jimmy Carter zou vandaag niet meer willen meedoen aan de krankzinnige geldrace die onvermijdelijk aan een campagne is verbonden. Bijna alle kandidaten zijn tegenwoordige (multi)miljonair. Maar je kunt een verkiezingsoverwinning niet altijd kopen; negen van de tien self-funders verliezen. Clinton en Carter en in 2008 Obama zijn positieve voorbeelden van succesvolle politici van eenvoudige komaf met veel politiek talent. Bij Obama begonnen pas na lang doorzetten en onvermoeibaar rondreizen de dollars binnen te stromen. De noodzaak om geld in te zamelen heeft ook een zuiverende werking, want het betekent dat je moet knokken voor je succes. Er is uithoudingsvermogen nodig. Running for office: mensen die een politiek ambt wensen, moeten er wat voor doen: ze moeten rennen. In 1996 kukelt Republikein Bob Dole tijdens een campagneoptreden in Californixc3xab van een podium. Omdat hij oud was (73), kwam dit heel slecht over.
Gevangenen mogen niet stemmen
In Amerika is campagnevoeren tweerichtingsverkeer. De verkiezingen worden per staat gehouden. Het kiessysteem zit zo in elkaar dat iedere kiezer zich eerst moet registreren. Grote aantallen volwassenen mogen bovendien niet stemmen, omdat ze illegaal zijn, geen Amerikaans staatsburger of gevangen zijn geweest (het gaat om miljoenen ex-gevangenen, alleen al in Florida 400.000). De opkomst is dus laag. Het winner takes all-systeem is rampzalig voor de opkomst. Zittende Congresleden (90 procent) worden probleemloos herkozen. Vaak is er niet eens een serieuze tegenkandidaat. Is campagne voeren alleen maar het verkopen van een boodschap of gaat het ook om de inhoud? Er is een geval bekend dat een kandidaat een tv-spotje met een pro-abortusboodschap liet opnemen, maar aan het eind zei: xe2x80x98Nu nog eentje vanuit een andere hoekxe2x80x99: anti-abortus dus, voor als de opiniepeilingen aangeven dat de meeste kiezers dxc3xa1xc3xa1r de voorkeur aan geven.

Directe democratie
Referenda kunnen in de komende tientallen jaren het Amerikaanse politieke systeem ondermijnen. Als je Amerikanen xc3xa9xc3xa9n verwijt kunt maken dan is het dat ze vaak geen maat houden. Referenda (uitgeschreven door de regering) en initiatieven (die uitgaan van burgers) ondermijnen natuurlijk de verkiezingen. Het idee erachter is dat politici gedwongen worden te luisteren; wantrouwen jegens de gevestigde machten dus. Ze gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen, zoals abortus, belastingverlagingen, homohuwelijk, naaktdansen en het verbod op bepaald soort badpakken. Wie wil nu niet dat belastingen verlaagd worden (die in Amerika slechts de helft van Nederland zijn)? Maar het gevolg is dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs en de wegen.
Je tegenstander definixc3xabren
Een belangrijke les is: zorg dat je alles over je tegenstander weet. Het hele politieke verleden wordt ondersteboven gekeerd. Het is monnikenwerk, daarom worden er professionals voor ingehuurd. Als die iets bruikbaars vinden, is dat goud waard. Men gaat op zoek naar gefrustreerde mensen, de ex van de kandidaat, de zakenpartner met wie ruzie ontstond, de medewerker die werd ontslagen. Een vaste regel in de politiek is dat je primair jezelf moet definixc3xabren en vervolgens je tegenstander. Je mag nooit toelaten dat je tegenstander jou als kandidaat definieert. Clinton deed het in 1996 slim door Robert Dole al te definixc3xabren voordat hij zichzelf aan het publiek kan voorstellen. Bush definieerde in 2004 Kerry al: flip-flopper, Massachusetts, liberal, belastingverhoger, opportunist, Franssprekend.

Een spindokter
Een goede campagne zorgt ervoor dat er iedere dag een boodschap is. Iedereen in de campagne wordt geacht die boodschap uit te dragen. John Kerry wilde in 2004 wanhopig praten over Irak, over de economie en de zwakte van Bush. Na de aanval op zijn diensttijd in Vietnam was hij echter gedwongen om steeds maar weer vragen daarover te beantwoorden. Hij was zowat permanent off message. Een spin doctor is de persoon die de opdracht heeft een gebeurtenis of een uitspraak een draai in de juiste richting te geven. Alles moet uitgelegd, verklaard, in een kader geplaatst worden. Na het eerste debat in 2004 met John Kerry, toen Bush vreselijk de mist in ging, draaiden zijn spinners zich een slag in de rondte om te verklaren waarom dit geen verlies was.
Internet
Lang niet elke politieke kandidaat heeft een eigen website. Vooral zittende Congresleden nemen die moeite niet. Howard Dean maakte in 2004 belangrijk gebruik van internet om geld in te zamelen, Mitt Romney in 2008 om naamsbekendheid te krijgen. Om vuile roddels te verspreiden moest je vroeger nog redelijk je best doen. In het internettijdperk niet meer. Zo is er een filmpje van John Edwards die in een tv-studio een volle twee minuten aan zijn haar zit te frunniken. Hillary Clinton probeert het volkslied mee te zingen, maar kan niet zingen, zingt vals; het wordt allemaal opgenomen en op internet gezet. Een probleem is dat echt en nep nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden zijn. Oude fatsoensnormen lijken te vervagen. Op internet zijn er veel informatiebronnen van onderop waar de controle totaal ontbreekt. Het is een journalistiek Wild West geworden. De extreemste roddels kunnen geuit worden, die in de traditionele media geen kans hadden. Wie terugbladert in de Amerikaanse geschiedenis komt al vanaf de vroege 19e eeuw politieke praktijken tegen die voor Nederlandse begrippen schokkend zijn.



[zin en onzin (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7)]