n.a.v. Walter Lowrie, Het leven van Kierkegaard, Utrecht/Antwerpen 1959
Kopenhagen 19e eeuw
Sxc3xb8ren Aabye Kierkegaard werd op 5 mei 1813 te Kopenhagen geboren. Hij zou hier zijn hele leven doorbrengen en er sterven op 4 november 1855. Wat was Kopenhagen voor een stad? Klein: tweehonderdduizend inwoners. Wel was het dxc3xa9 stad van Denemarken, qua schoonheid, gebouwen, paleizen en parken. Het was nog een kleine stad, die nog geen centrum van industrie was geworden, een stad die fris bleef. Kierkegaard kende zeer veel mensen in deze stad, in ieder geval de belangrijksten. Toen hij eenmaal was begonnen te schrijven en er zo zeer in opging dat hij nog maar zelden iemand bij zich binnenliet, speelde zijn gezelschapsleven zich op straat af. Daar maakte hij de vele wandelingen die zijn enige ontspanning waren. Hij praatte er vriendelijk met iedereen. xe2x80x98Ik heb plezier in het leven en in de kleine wereld die mij omringdxe2x80x99. Kopenhagen was volgens hem een stad xe2x80x98groot genoeg om een wereldstad te zijn, klein genoeg om de mensen niet tot marktwaar te verlagenxe2x80x99.
Paraplu tegen de zon
Het beste bewijs van Kierkegaards liefde voor Kopenhagen is het feit dat hij het bijna nooit verliet behalve voor rijtoertjes in de omgeving. Eenmaal heeft hij bijna vijf maanden in Berlijn doorgebracht. Geen enkele andere buitenlandse stad heeft hij ooit bezocht. Hoewel hij zei: xe2x80x98Ik ben dichter, ik moet reizenxe2x80x99, kwam daar niets van. Sommigen vragen zich af of hij niet genezen zou zijn van zijn zwaarmoedigheid als hij eens een bezoek had gebracht aan een land als Italixc3xab. Maar Kierkegaard kon niet tegen hitte. Hij hield niet van helder zonlicht en had altijd zijn beroemde paraplu bij zich om hem ertegen te beschermen! De herfst was zijn favoriete jaargetijde. De uitjes die hij maakte beleefde hij intens. xe2x80x98De heide moet wel bijzonder geschikt zijn om sterke geesten te vormen. Hier ligt alles naakt en ongesluierd voor God; hier is geen plaats voor de vele afleidingen (xe2x80xa6) Waarlijk, hier op de heide kan men terecht zeggen: xe2x80x9cWaarheen zou ik vlieden voor Uw aangezicht?xe2x80x9dxe2x80x99
Zijn vader
De naam Sxc3xb8ren is afgeleid van Severinus, een heilige uit de 5e eeuw. Sxc3xb8rensen is nog steeds xc3xa9xc3xa9n van de bekendste achternamen in Denemarken. Maar als voornaam is het weinig meer in trek. De volkse spotternij waaronder de grootste schrijver van Denemarken werd bedolven, heeft deze naam zo belachelijk gemaakt, dat xe2x80x98wees geen Sxc3xb8renxe2x80x99 een waarschuwing voor de kinderen werd. De vader van Kierkegaard was een rijk man met een groot huis en levend in patriarchale eenvoud; hij bestuurde zijn talrijk gezin met ouderwetse gestrengheid. Hij was diep godsdienstig en voedde zijn kinderen op in de vreze des Heeren. Hij bleef trouw aan de staatskerk, maar bezocht ook herhaaldelijk de bijeenkomsten van de Moravische Broeders. Zijn eigen diepe zwaarmoedigheid drukte op zijn godsdienstigheid een stempel van strengheid en somberheid, wat funest was voor zijn kinderen en vooral voor Sxc3xb8ren.
Krankzinnig?
Het is bevreemdend en duidt op weinig goeds dat terwijl Kierkegaard in zijn dagboek en in zijn werken zoveel heeft te vertellen over zijn vader, zijn moeder nergens ook maar genoemd wordt. Wel zegt hij ergens dat zijn vader was xe2x80x98de zwaarmoedigste mens, die ik ooit heb gekendxe2x80x99, en zijn moeder tegengesteld, en dat hij van haar zijn vrolijkheid had. Verder heeft zijn moeder dus geen persoonlijke invloed op hem gehad. De meeste gezinsleden bij de Kierkegaards stierven jong. Zouden ze lichamelijk zwakker zijn geweest dan normaal? Daarom wordt van Kierkegaard ook wel gezegd dat hij krankzinnig was, dat hij in ieder geval geestelijk niet helemaal normaal was. Kierkegaard haalt echter Aristoteles aan, die zegt dat er nooit een genie heeft bestaan, die niet xc3xa9xc3xa9n of andere afwijking had. Nadat Kierkegaard tevergeefs hulp had gezocht bij doktoren, werd hij dokter van zijn eigen ziel.
God in zijn hart geplant
Kierkegaard heeft er een kwaadaardig genoegen in gehad zijn levensbeschrijvers puzzels na te laten. We zouden de Hegeliaanse formule op hem kunnen toepassen: stelling (kinderlijk geloof), tegenstelling (opstand tegen God), verzoening (met God en met zijn vader). Kierkegaard heeft een gewone, gelukkige jeugd gehad. Waarschijnlijk leed hij toen nog niet aan zwaarmoedigheid. Godsdienstige opvoeding ontving hij van zijn vader, en hoe verkeerd die ook was, God werd onuitwisbaar in zijn hart geplant. Vader Kierkegaard had een duidelijke voorliefde voor zijn jongste zoon, Sxc3xb8ren, die al jong vrijpostig was. Zijn polemische aard werd in zijn kinderjaren wel openbaar. Hij werd bijvoorbeeld xe2x80x98vorkxe2x80x99 genoemd omdat hij eens had gezegd: xe2x80x98Ik ben een vork en ik zal jullie stekenxe2x80x99. Als kind kostte hem dit menige bloedneus. Hij is nooit bang geweest zijn treiterende grapjes te richten op makkers die lichamelijk sterker waren dan hij.
Zijn jeugd
Vader liet Sxc3xb8ren kleren dragen die altijd hetzelfde waren: van ruwe stof en donker. Geen enkele ander jongen had zulke kleren aan. Dit moet een kwelling voor hem geweest zijn. In zijn studentenjaren zou hij enorme rekeningen hebben bij de kleermaker. Kierkegaard was een erg zwak kind. Wellicht had hij een kromming in zijn ruggengraat. Het gevoel van lichamelijke minderwaardigheid is voor hem heel zijn leven door een hevige kwelling geweest. Hij sprak van xe2x80x98een wanverhouding tussen mijn ziel en mijn lichaamxe2x80x99. xe2x80x98Ik was al een oude man, toen ik geboren werdxe2x80x99, zo zegt hij zelfs. xe2x80x98Teergevoelig, mager en zwak (xe2x80xa6) had ik xc3xa9xc3xa9n ding: een buitengewoon spitse geestxe2x80x99. Zijn vaderlijke huis bood niet veel afleiding; omdat hij bijna nooit uitging, raakte hij er al vroeg aan gewend zich met zichzelf en zijn eigen gedachten bezig te houden. Op de wandeltochtjes had hij plezier in gevulde ruimte. Zijn verbeelding was zo productief dat zij verder kon met heel weinig. Voor het raam van de huiskamer stonden een paar grassprietjes. Dat was genoeg voor Kierkegaard om over na te denken.
Godsdienstige opvoeding
Ondanks zijn natuurlijke onafhankelijkheid van aard werd Sxc3xb8ren in buitengewoon hoge mate door zijn vader bexc3xafnvloed. Zijn vader was erop uit vooral zijn jongste zoon de meest beslissende opvattingen van het christendom in te prenten. Later zou Kierkegaard de opvoeding van zijn vader xe2x80x98krankzinnigxe2x80x99 noemen. xe2x80x98Een kind, krankzinnig vermomd als een zwaarmoedige oude man. Vreselijk!xe2x80x99 Vader Kierkegaard beschouwde zijn jongste zoon niet alleen als een Benjamin, maar ook als een Izak, de zoon die geofferd moest worden om de vader van zonde te reinigen. Ook zegt Kierkegaard:
Het gevaarlijkste is niet dat de vader een vrijdenker is, en zelfs niet dat hij een huichelaar is. Nee, het gevaarlijkste is dat hij een vroom en godvruchtig mens is, dat het kind daar innig en diep van overtuigd is en ondanks alles merkt, dat er diep in zijn ziel een onrust schuilt, zodat zelfs godsvrucht en vroomheid geen vrede kunnen schenken. Het gevaar is juist hierin gelegen dat het kind bijna gedwongen wordt uit deze verhouding conclusies te trekken met betrekking tot God, namelijk dat God toch niet de oneindig Liefdevolle is.
Rampspoed over het gezin
Toen Kierkegaard twintig jaar oud was, begon hij met het dagboek dat xc3xa9xc3xa9n van de beroemdste documenten van dit soort zou worden. Hij had xe2x80x98een sterke afkeer om toevallige waarnemingen op te tekenenxe2x80x99; grotendeels waren het tijdloze gedachten. Kierkegaard begon vrijer te leven, zijn interesses werden wijder, zijn ouderlijk huis werd nu nauw. Ramp op ramp trof het gezin. Een 12-jarig broertje was al in 1819 gestorven, in 1822 stierf een 24-jarige zus, maar vanaf 1832 werd het helemaal erg: een 33-jarige zus stierf, een 25-jarige broer in 1833, moeder stierf in 1834, in datzelfde jaar een 33-jarige zus. Slechts twee kinderen bleven er over: de oudste en de jongste, Peter en Sxc3xb8ren. Geen van hen zou ouder worden dan 34! De zwaarmoedigheid van vader nam onder dit alles ontzaglijk toe. Hij gebruikte de woorden uit Job: xe2x80x98De HEERE heeft gegeven, de HEERE heeft genomen, de Naam des HEEREN zij geloofdxe2x80x99. Hij wist zich een zondaar in de handen van een vertoornde God. Sxc3xb8ren dacht meer aan de themaxe2x80x99s van het Griekse tragedie (xe2x80x98Omdat de goden mij hatenxe2x80x99).
Een verpletterende ervaring
Een verpletterende ervaring op zijn 22e verjaardag maakte een einde aan Kierkegaards kinderjaren, sloot een periode af. Wat is er gebeurd? Het is moeilijk na te gaan. xe2x80x98Na mijn dood zal niemand in mijn papieren (dat is mijn troost) enige opheldering vinden over hetgeen werkelijk mijn leven vervuld heeftxe2x80x99, zo zegt hij. Wat we wel weten is dat het iets van zijn vader betrof, een schuld van zijn vader, een geheim, dat niet openbaar mocht komen. Waarschijnlijk is het volgende gebeurd: toen vader Kierkegaard nog een jongen van 11 was, hoedde hij schapen op de Jutlandse heide. Hij leed hier veel onder honger, koude en eenzaamheid. Eens ging hij in zijn wanhoop op een hoogte staan, hief zijn handen ten hemel en vervloekte God die als Hij werkelijk bestond, zo hardvochtig kon zijn een hulpeloos, onschuldig kind zoveel te laten lijden zonder het te hulp te komen. Toen vader Kierkegaard uiteindelijk later in zijn leven rijk werd en zag dat zijn kinderen begaafd waren, namen hevige angst en vrees volledig bezit van zijn ziel. Was dit niet de zonde tegen de Heilige Geest? Daarom legde hij op hun nog zo jonge schouders de zwaarste eisen van het christendom. Ook vaders morele strengheid uit zijn latere jaren kan heel goed een reactie zijn op de losbandigheid en zinnelijkheid uit een vroegere periode.
Bevrijding
Waarschijnlijk heeft vader Kierkegaard aan zijn zoon een soort belijdenis gedaan bij gelegenheid van zijn 22e verjaardag; de verjaardag was in die tijd xc3xa9xc3xa9n van de weinige gelegenheden waarbij de vader een vertrouwelijk gesprek met zijn zoon kon voeren. Deze grote aardbeving verpletterende Kierkegaard tot in het diepst van zijn wezen. Tegelijk bevrijdde zij hem van de invloed van zijn vader en maakte hem tot een vrij man. Vooreerst overheerste een uitbundig gevoel van vrijheid. Zijn vader voorzag hem ruim van de middelen voor een zomervakantie van twee maanden in Noord-Seeland. Deze vakantie was een kostbaar geschenk. Deze stadsjongen met de ziel van een dichter had toen voor het eerst van zijn leven gelegenheid het leven op het land mee te maken. Hij kreeg toen pas oog voor de schoonheden daarvan. Toen begon hij ook met de lange rijtoeren die zijn voornaamste ontspanning zouden worden.
Tussenbalans van zijn leven
xe2x80x98Het komt erop aan mijn bestemming te begrijpen; te weten te komen wat God wil, dat ik doe; het gaat erom de waarheid te vinden, die waarheid is voor mij; de idee te vinden waarvoor ik bereid ben te leven en te stervenxe2x80x99. Dit zijn bekende woorden van Kierkegaard die hij in deze fase van zijn leven uitsprak. xe2x80x98Zeer zeker ben ik bereid een imperatief van het kennen te aanvaarden en toe te geven dat mensen hierdoor bexc3xafnvloed kunnen worden; maar dan moet het levend in mij belichaamd worden xe2x80x93 en dat is het dat ik nu voor de hoofdzaak houd. Daarnaar dorst mijn ziel, zoals de woestijnen van Afrika dorsten naar water. Dat was het wat mij ontbrak, de ervaring een volkomen menselijk leven te leiden en niet alleen maar een leven van kennisxe2x80x99. Bijna nooit heeft een jongeman zo weloverwogen, zo volledig en zo wijs de balans van zijn eigen leven opgemaakt. Iedereen die de werken van Kierkegaard kent, zal toegeven dat de woorden waarop hij hier de nadruk legt, de richting aangeven van zijn later denken, dat dan naar voren komt in uitdrukkingen als xe2x80x98de subjectiviteit is de waarheidxe2x80x99, xe2x80x98eigen makenxe2x80x99 en xe2x80x98reduplicatie van de waarheidxe2x80x99.
Kierkegaards vrijmaking
Kierkegaard had zich dus vrijgemaakt. Hij voelde zich vrolijk dat hij dit gedaan had; hij had zich niet alleen vrijgemaakt van zijn vader, maar ook vanxe2x80xa6God. Pas later zou hij begrijpen dat zijn houding een uitdaging was en zijn twijfel opstand. xe2x80x98Het is zo moeilijk om te gelovenxe2x80x99, zei hij, xe2x80x98omdat het zo moeilijk is te gehoorzamenxe2x80x99. In deze periode van xe2x80x98blijde onafhankelijkheidxe2x80x99 wist hij zijn geest xe2x80x98zo rijk mogelijk te ontwikkelenxe2x80x99. Hij raakte zeer snel verwijderd van het christendom. Hij schrijft ergens dat xe2x80x98de fundamentele stellingen van het christendom voorlopig in dubio moeten worden gelatenxe2x80x99. Voor een student theologie (want dat was hij) nog al een vreemde uitspraak. Verder zei hij: xe2x80x98Filosofie en christendom kunnen nooit verenigd wordenxe2x80x99. Later zou hij ditzelfde beweren, maar dan in andere zin: xe2x80x98Weg met de bespiegeling! Het christendom blijft, maar de filosofie moet overboord.xe2x80x99 Hierin is Kierkegaard de vader van de moderne existentiefilosofie. Maar hier bedoelde hij toch echt dat het christendom verworpen moest worden omdat het nooit te verzoenen is met de wijsbegeerte. Hij ergerde zich er vooral aan dat het christendom de deugden van de heidenen als xe2x80x98schitterend kwaadxe2x80x99 beschouwden (blinkende zonden zouden wij zeggen).
Koortsachtige bezieling
Aan het christendom schrijft hij bekrompenheid toe, welke hij vond in de stoffige atmosfeer bij hem thuis. Hij geeft voorkeur aan het heidens of humanistisch ideaal. Het christendom noemt hij een xe2x80x98paardenmiddelxe2x80x99 en dat het een xe2x80x98vertwijfelde sprongxe2x80x99 vereist. Het onmiddellijke gevolg van zijn plotselinge vrijwording was een koortsachtige bezieling. Hij ging actief deelnemen aan het studentenleven. Hij schreef politiek artikelen (verder zou hij zich nooit met de politiek gaan bezighouden). Hij was uitgesproken conservatief en dat zou hij altijd blijven, ondanks zijn latere aanvallen op de staatskerk. Hij verzette zich tegen de pogingen op Denemarken de abstracte theoriexc3xabn van de Franse Revolutie toe te passen zonder rekening te houden met de aard van het noordse ras, de geschiedenis van de natie en de instellingen die ontstaan waren overeenkomstig de aanleg van het volk.
Innerlijk verscheurd, angst
xe2x80x98Innerlijk verscheurd als ik was (xe2x80xa6) was het niet te verwonderen dat ik in hopeloze vertwijfeling alleen greep naar de verstandelijke zijde van de menselijke natuurxe2x80x99. Later zou Kierkegaard het xe2x80x98de schipbreuk der vrijheidxe2x80x99 noemen. Door eigen ervaring heeft hij ontdekt dat het xe2x80x98esthetische levenxe2x80x99 (een leven louter omwille van het genot), zelfs al zou het verstandelijk genot zijn, leidt tot vertwijfeling. In 1844 verscheen Het begrip angst, wat een diepgaande psychologische diagnose van zijn ziekte in deze tijd was, van de angst, die hem dreef tot vertwijfeling en zonde. Hij was gedoemd slechts kort te leven en het sombere familiegeheim maakte het hem onmogelijk, zo vond hij, om te trouwen. xe2x80x98Elke zonde begint met vrees (xe2x80xa6) Angst is als het oog van de slang, dat afstoot en toch aantrektxe2x80x99, zo zegt hij. Studie naar middeleeuwse legenden als Faust en Don Juan gaven hem voor het eerst enig idee van het demonische element in het menselijk leven. Kierkegaard ging zich ook bezig houden met de studie van de ironie, en een boek daarover kwam uit in 1841.
Val dieper en dieper
Sxc3xb8ren leefde als student als een rijk man. De kleermaker, de herenmodezaak, de boekhandel, de boekbinder, de sigarenwinkel, de koffiehuizen en restaurants: hij kon zijn rekening onbeperkt laten oplopen en deed dat ook. Zijn vader betaalde wel. Hij was op grote schaal verkwistend. Kierkegaard viel almaar dieper. Zelfs dronkenschap en gedachten aan zelfmoord komen voor. Ook schijnt hij, toen hij dronken was, door kwaadwillenden bij een prostituee gelegd te zijn. Kierkegaard nam de erfzonde ernstig als geen ander. En geen wonder, want hij heeft haar ervaren als verbondenheid met de schuld van zijn vader. Was Kierkegaards schuldgevoel ziekelijk? In De ziekte tot de dood (1849) schreef hij: xe2x80x98Zonde is: voor God in wanhoop niet zichzelf willen zijn, of: voor God in wanhoop zichzelf willen zijnxe2x80x99. Een definitie van de zonde kan volgens hem nooit txc3xa9 geestelijk zijn, want zonde is juist een kwalificatie van de geest.
Nog steeds op het pad des verderfs
In zijn dagboek blijkt duidelijk dat Kierkegaard onmiddellijk na zijn val erover begon na te denken, hoe hij weer overeind zou kunnen krabbelen. Hij heeft veel morele besluiten genomen; maar zovele zouden niet nodig zijn geweest, als hij niet voortdurend hervallen was. xe2x80x98Zo leidde ik mijn leven verder xe2x80x93 ingewijd in alle mogelijke genoegens, toch nooit werkelijk genietend (xe2x80xa6) mij inspannend om de indruk te wekken dat ik aan het genieten was (xe2x80xa6) Echt leven deed ik niet. Ik werd heen en weer geslingerd in het levenxe2x80x99. Kierkegaard bevond zich dus nog steeds op het pad des verderfs xe2x80x93 alleen probeert hij terug te keren. Hij was zich van zijn toestand scherp bewust. xe2x80x98De ommekeer gaat langzaam. Men moet terug langs de weg waarlangs men gekomen isxe2x80x99. Kierkegaard haalt dan een sprookje aan waar de betovering alleen verbroken kon worden door zonder een enkele vergissing hetzelfde stuk muziek als waardoor men betoverd werd, van achteren naar voren te spelen.
De machtige trompet van het ontwaken klinkt, maar slaat nog niet aan
Gelukkig voor Kierkegaard kwam er hulp van buiten: Paul Mxc3xb8ller, een leraar. De xe2x80x98machtige trompet van zijn ontwakenxe2x80x99 begon te blazen. Het lezen van George Hamann gaf de tweede trompetstoot. Ondertussen ging alles precies als tevoren, dus slecht. Ook al neemt hij ernstige besluiten, hij doet geen pogingen het uit te voeren. Van 1836 tot 1838 blijft de breuk met zijn vader; in zekere zin bleef hij wonen in het huis van zijn vader, maar hij at dikwijls elders. In 1837 verliet hij het ouderlijke huis en kreeg een kamer in de stad. Zijn vader was zeer edelmoedig voor hem en betaalde ruimschoots de kosten. Kierkegaard was een begaafde maar onbeschaamde jongeman, die zijn scherp verstand gebruikte om zijn kameraden te kwetsen en over hen te zegevieren, geen medegevoel toonde, maar naast het leven stond en er laatdunkend op neerzag. Kierkegaard had waarschijnlijk een rauwe, krakende stem. Zijn spreken in het openbaar was niet erg aangenaam om naar te luisteren en hij sloeg bij een te grote inspanning vaak met zijn stem over.
[een leven in zwaarmoedigheid (1) (2) (3)]