n.a.v. M.J.G. van der Velden, W.P. van der Aa en H.J. de Bie jr., Als wij samenkomen. Liturgie in de gereformeerde traditie, Zoetermeer 2000
De tweede dienst
De tweede dienst wordt steeds minder goed bezocht. Waarom is er eigenlijk een tweede dienst? Vanouds is de morgendienst de hoofddienst. Daarin gebeurt eigenlijk alles, zoals doop en avondmaal. Het was niet de bedoeling dat dit allemaal xe2x80x99s middags nog eens werd overgedaan. Nee, de tweede dienst kreeg een vooral onderwijzende, lerende functie. Er waren nogal wat veranderingen op kerkelijk gebied, wat moest worden uitgelegd en toegelicht. In de vluchtelingengemeente te Londen hield men xe2x80x99s avonds een soort nabetrachting op xe2x80x99s morgens, een onderlinge preekbespreking, met het oog op het leren en toepassen in het dagelijks leven. Wij kennen de catechismusdiensten. Petrus Datheen verzorgde een Nederlandse uitgave van een kerkboek voor gebruik in de kerkdienst, inclusief een vertaling van de Heidelbergse Catechismus. Dit kwam uit in 1566. Het is opmerkelijk hoe snel en algemeen de Heid.Cat. geaccepteerd werd. De troost, de pastorale ernst en bemoediging en de aandacht voor de praktische uitwerking van de geloofsstukken hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de aanvaarding en populariteit van het boekje. Ook Luther schreef zulke leerboekjes. xe2x80x98Help, lieve God! Wat was het treurig om op te merken, dat de gewone man niets weet van de christelijke leer, vooral op de dorpen.xe2x80x99
Een kerk die van de tweede zondagse dienst een herhaling maakt van die van zondagmorgen, is bezig de grond onder de avonddienst weg te halen. Veel mensen willen de rest van de zondag gebruiken voor bezoek aan familie en vrienden, iets waar ze door de 24-uurs economie doordeweeks niet meer aan toekomen. Je hoort nog wel eens mensen die zich afzetten tegen vroeger, toen xe2x80x98we twee keer moestenxe2x80xa6xe2x80x99 Ook vroeger was de tweede dienst niet altijd populair. De Heid.Cat. moet zo behandeld worden dat elke zondag xc3xa9xc3xa9n zondag aan de beurt komt. De gewoonte om te preken aan de hand van een bijbeltekst is niet verkeerd, maar kan een doublure van de morgendienst worden. De remonstranten hadden dit bezwaar trouwens ook: dat de Catechismus xe2x80x98toch niet de Bijbelxe2x80x99 was. Als het de gewoonte is dat de kinderen in de tweede dienst (avonddienst!) afwezig zijn, is dat een slechte zaak.
Het typische van de gereformeerde liturgie is dat het geloof zoekt te verstaan, te begrijpen. Er gebeurt in de dienst niets zonder zin, alles is openbaar en dient begrijpelijk te zijn. In de tweede dienst belijden we het geloof (xe2x80x99s ochtends wordt de wet voorgelezen); dit gaat dus samen met het ontvangen van onderwijs. De geloofsbelijdenis staat in het kader van het gehoorzaam zijn aan de roepstem van God om samen te komen en zich te laten leren en te willen leren. De geloofsbelijdenis zou ook met een gedeelte uit de belijdenisgeschriften kunnen. Het gereformeerde kerkboek kent ook een aantal formuliergebeden rondom de kerkdienst, waaronder het xe2x80x98gebed na de leer van de catechismusxe2x80x99. Dit is xc3xa9xc3xa9n van de meest verwaarloosde gedeelten van onze gereformeerde liturgie. Het is nooit de bedoeling geweest dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis of de Dordtse Leerregels in de leerdienst behandeld worden. De Ned.Gel.Bel. is immers bedoeld voor de overheid en de DL aan predikanten en kerkelijke vergaderingen. Alleen de Heid.Cat. is voor de gemeente (kinderen!) bestemd. Toch bevatten de Ned.Gel.Bel. en DL veel onderwijs. Het zou dus kunnen, mits op een eenvoudige manier.
De huwelijksdienst
Het huwelijk heeft altijd grote aandacht gehad in de kerk. In de veiligheid van het verbond tussen man en vrouw kan liefde immers op rechte wijze worden beleefd xc3xa9n kunnen de kinderen het beste opgroeien. Deze hoge waardering van het huwelijk betekende niet dat de kerk in de loop der eeuwen bij de sluiting van het huwelijk betrokken was. Het werd beschouwd als een zaak van de families. In het Oude en Nieuwe Testament is ook nergens sprake van een huwelijksbevestiging door een dienstknecht van God. Vanaf de Reformatie tot aan de Franse tijd werden huwelijken in de kerk gesloten en bevestigd, als het leden van de gereformeerde kerk betrof. Anderen moesten zich wenden tot de burgerlijke overheid. In de tijd van de Reformatie was de huwelijkssluiting net zo als de doop van een kind: het vond in een normale zondagse dienst plaats. Alleen welgestelden wilden nog wel eens doordeweeks trouwen. Een officixc3xable huwelijkssluiting was vooral nodig voor de bezittende klasse op vermogenstechnische gronden. Misschien dat samenwonen bij de allerarmsten wel voorkwam.
Sinds de Franse tijd moeten huwelijken bij de burgerlijke overheid gesloten worden. De gereformeerde kerk (al snel: Ned.Herv.Kerk) vond dit goed; de rooms-katholieke kerk had hier veel meer moeite mee. De huwelijksdiensten veranderden door deze wijziging van karakter. Alle nadruk komt te liggen op de voorbede en de zegen. Toch is het huwelijksformulier nooit veranderd! Opnieuw moeten ze xe2x80x98jaxe2x80x99 zeggen. Men moet wel goed bedenken dat de huwelijksdienst ook in het midden van de gemeente plaatsvindt, dus voor de gemeente is, en niet primair voor de familie en vrienden van het bruidspaar. In sommige streken werden huwelijksdiensten helemaal niet meer gehouden, vooral ook waar veel xe2x80x98gedwongen huwelijkenxe2x80x99 voorkwamen.
De rouwdienst
Het is een vrij nieuw verschijnsel om een kerkdienst te houden bij een begrafenis. In de late Middeleeuwen bestond er een uitgebreide begrafenisliturgie. Met de Reformatie was dit afgeslopen. Men deed alle moeite om xe2x80x98lijk- en grafpredicatiesxe2x80x99 afgeschaft te krijgen. De puriteinen in Engeland dachten er precies zo over. Met name het bijgeloof was een motief om het niet te doen. Een ander motief was dat het meest beslissende moment van een mensenleven niet is het moment van het sterven; de beslissingen zijn elders gevallen: in de verkondiging van de dood en opstanding van Christus. Men zou kunnen spreken van een gerelativeerde dood. Het moment van het sterven is niet absoluut. De eeuwigheid schuift in de tijd. In het gehele leven moet daarom plaats zijn voor de overdenking van het toekomstige leven. In de gehele samenleving was de dood aanwezig, hij was een bekende. De dood had iets xe2x80x98gewoonsxe2x80x99, bijna vertrouwds. De scheiding was niet absoluut. De gestorvenen blijven behoren bij de kerk: er is gemeenschap tussen de xe2x80x98strijdende kerkxe2x80x99 hier op aarde en de xe2x80x98triomferende kerkxe2x80x99.
Het sterven van een geliefde roept vaak, naast intens verdriet, radeloosheid en sprakeloosheid op. Dit heeft te maken met een andere beleving van de dood: hij wordt de vreemde en de vijandige. Bovendien ontbreken hedendaagse mensen vaak de bredere sociale verbanden die in vroeger tijd een grote plaats hadden bij de omgang met het sterven. Individualisme en subjectivisme maken ons dan weerloos en machteloos. Terecht heeft de christelijke gemeente dit ingezien en betrokkenheid getoond rondom het overlijden van iemand; betrokkenheid van pastorale aard. De gewoonten verschillen van plaats tot plaats. Soms werd er een dienst aan huis gehouden, nu juist vaker in een rouwcentrum. En vaak natuurlijk ook in het kerkgebouw. Moet de kist ook de kerk ingedragen worden? Dat is ook van plaats tot plaats verschillend. Vaak kan het negatieve ervaringen oproepen; elke keer als ze daarna naar de kerk gaan zien ze als het ware de kist voor in de kerk staan. xe2x80x98Rouw in de kerk brengenxe2x80x99 is een oude gewoonte om de zondag na de begrafenis als rouwende familie samen naar de kerk te gaan, als eerste keer nadat de gestorvene er niet meer bij is. De gemeente is dan rondom haar en draagt haar in de voorbede. De kerk begraaft niet. Dat doet de familie. De predikant leidt de begrafenis niet. Hij is er alleen bij, zijn aanwezigheid is van pastorale aard. Hij spreek over het Woord van God, betrokken op die situatie.
Gebeden in de dienst
Bidden is de kern, het hart van de liturgie. Het kerkgebouw wordt niet voor niets xe2x80x98bedehuisxe2x80x99 genoemd. Bij Calvijn gaan bidden en zingen samen. Het psalmenzingen van de gemeente in de tijd van de Reformatie heeft waarschijnlijk haar wortels in het gebruik in middeleeuwse kloosters om tijdens de getijden de psalmen te bidden. In sommige kloosters werd zo in xc3xa9xc3xa9n week het hele psalmboek doorgezongen! In de vroegste tijd van de kerk moesten de geestelijken het gehele psalmboek uit het hoofd kennen. Hierin lag immers het hele leven van de mens besloten, zo zei Athanasius. Ook in de brevier, het dagelijkse gebedenboek, nemen de psalmen een belangrijke plaats in. De Reformatie probeerde het psalmboek tot het geestelijk bezit van het volk te maken, en niet alleen voor geestelijken. Zwingli probeerde de psalmen in spreekkoor door de gemeente te laten opzeggen. Calvijn liet de psalmen berijmen en op muziek zetten. De bedoeling was om hele psalmen te zingen of langere aaneengesloten gedeelten. In de Anglicaanse Kerk worden tot op vandaag de psalmen onberijmd in volgorde gezonen tijdens het morgen- en avondgebed die in veel kerken dagelijks worden gehouden. Uit het hoofd leren: in het Engels en Frans is het xe2x80x98learning by heartxe2x80x99 en xe2x80x98apprendre par coeurxe2x80x99, leren met het hart dus!
Vroeger noemde men de samenkomst van de gemeente wel een xe2x80x98godsdienstoefeningxe2x80x99. In het Duits betekent xe2x80x98Gottesdienstxe2x80x99 kerkdienst. Oefenen is in ieder geval een element in de kerkdienst. In het avondmaalsformulier staat dat we de heerlijke gedachtenis van de bittere dood van Christus xe2x80x98oefenenxe2x80x99. Wat is belangrijker: het persoonlijke of het gemeenschappelijke gebed? Er is steeds meer nadruk op het persoonlijke komen te liggen. Dat is vanaf het begin echter niet zo geweest. De Reformatie zag het gemeenschappelijke gebed als het eigenlijke gebed. Het persoonlijke gebed wordt beleefd als een verbijzondering van het gemeenschappelijke gebed. Dit kan misschien tot troost zijn voor gemeenteleden die moeite hebben met het persoonlijke gebed. De predikant gaat de gemeente voor in gebed. Er is vaak grote terughoudendheid om over gebeden te spreken. We betreden dan heilige grond en kritiek is niet gepast, zo lijkt het. Maar als de gemeente niet kan meebidden met de voorganger, is dit niet goed. Daar moet over gepraat kunnen worden. De dominee is ook maar een mens.
Formuliergebeden zijn er ook. In gewone diensten is er echter bijna altijd sprake van vrije gebeden. In de loop van de tijd groeide de opvatting dat alleen zulke gebeden door de Heilige Geest gexc3xafnspireerd konden zijn. Echter, ook iemand als Calvijn had grote aarzelingen ten aanzien van het vrije gebed in de kerkdienst. Wie met een formuliergebed meebidt, kent het uit het hoofd. Een gebed dat we kennen, kunnen we beter meebidden. Datheen schreef niet voor niets boven het dankgebed van het avondmaalsformulier: xe2x80x98Zo spreke een ieder met aandachtige hartenxe2x80xa6xe2x80x99 Formuliergebeden zijn er om meegebeden te worden. Het mooie van een formuliergebed is ook dat je het samen doet met zoveel anderen, vaak ook op hetzelfde moment. Het moet ook gezegd worden dat formuliergebeden ook schaduwkanten kunnen hebben.
Van der Velden pleit ervoor dat de predikant ook een stilte in zijn gebed inlast, zodat ieder voor zich kan bidden. Het gebed moet eerbiedig zijn, maar ook in concrete taal. Er zijn soms gebedsvormen ontstaan waarin vooral veel bijvoeglijke naamwoorden en synoniemen worden gebruikt. Deze vormen zijn ontstaan in de na-reformatorische tijd onder invloed van culturele stromingen als de barok. We bidden in de gemeente als xe2x80x98wijxe2x80x99, en niet in een individualistische ik-vorm. Bidden is geen mededelingen doen aan God, niet een opeenstapeling van termen. Er moet directheid, kortheid en soberheid zijn.
Het ambt in de dienst
De predikant komt niet alleen de kerk binnen. De aanwezigheid van ouderlingen en diakenen, hun aparte plaats en hun kleding zijn typerend voor een kerkdienst in gereformeerde stijl. Het is best wel uniek. Het gezag van een predikant is het gezag van het Woord van God, dat hij vertolkt en waarvan hij getuigt. Dit betekent dat wat hij zegt toetsbaar is. Het Woord is aan de gemeente toevertrouwd. Kerkenraadsleden zijn mensen uit het volle leven, die de strijd om het dagelijkse brood kennen. Het bijzondere is dat ieder mannelijk lidmaat tot het ambt geroepen kan worden. Alle aandacht ligt op de roeping. De gemeente roept mensen uit haar midden tot het ambt en God roept hen. De bevestiging is geen wijding. Tussen het zakelijke en geestelijke moet geen tegenstelling bestaan; daarom zijn er ouderling-kerkvoogden.
De gehele kerkenraad draagt verantwoordelijkheid voor de kerkdienst. Toch lijkt de hele dienst in handen van de voorganger te liggen. Van der Velden ziet (als het zo gaat) de predikant als een eenzame figuur op de preekstoel, die alles moet doen, weinig reacties krijgt en vooral veel kritiek als er iets mis gaat. Vanouds lag de liturgie al vast; psalmen werden in volgorde gezongen. Alleen de tekst voor de preek en later het lied dat als antwoord op de preek werd gezongen (nog later: de tussenzang) was van de voorganger. Hoe langer hoe meer werd de preek het eigenlijke van de dienst en was al het andere maar bijzaak.
De toga is geen ambtsgewaad. Het kwam op in het midden van de 19e eeuw omdat men vreesde dat de predikanten zich zouden gaan kleden naar de mode van de dag en dat ook daardoor het verschil in richting duidelijk zou worden! De bedoeling is dus dat predikanten zo allemaal gelijk gekleed zijn. De toga is de kleding van een academisch gevormde. In de lutherse kerken was het al langer gebruikelijk. De synoden in Nederland hebben nooit de bedoeling gehad de toga als ambtsgewaad in te voeren. Deze afwijzing kunnen we begrijpen als we de kledingvoorschriften van de rooms-katholieke kerk zien. Aan de kleur ervan kon men zien welke plaats in de hixc3xabrarchie de priesters hadden. In de periode van de beeldenstorm werden soms ook de vaak kostbare (mis)gewaden vernield. De gereformeerde traditie kent dus geen ambtskleding. Men vond passende kleding voldoende. In de praktijk betekende dit sobere, donkere kleding, die wel enigszins bij de mode achter liep. In onze tijd is het besef van passende kleding bij bijzondere gelegenheden of bepaalde functies niet altijd meer aanwezig. Dat is een duidelijke culturele verschuiving. De tijd dat men zich voor de kerkdienst in zijn mooiste xe2x80x98zondagsexe2x80x99 kleding stak is voor velen voorbij.
Het kerkgebouw
Aanvankelijk kwamen de christenen nog in synagogen samen, het xe2x80x98leerhuisxe2x80x99. Of ook in de open lucht (Filippi: buiten de stad aan de rivier, Hand. 16) of in particuliere huizen. Ook kwam men samen bij de graven van gestorven gemeenteleden. Zo was er in Rome een stelsel van ondergrondse gangen: de catacomben. Hier kwam men regelmatig samen. Na 312 konden christenen in het Romeinse Rijk in openbare gebouwen samenkomen. In West-Europa kwam als type kerkbouw de basiliek in opkomst. Oorspronkelijk was dit een overheidsgebouw. Na Constantijn werd dit het gebruikelijke kerkgebouw. Het is een rechthoekig gebouw met aan de linker- en rechterzijde een rij zuilen waarachter zich een lagere zijbeuk bevindt. Hierdoor ontstaat een ruimte met drie beuken. De hoofdbeuk, of het schip, is daarbij de plaats voor de gemeenteleden. Het voorste gedeelte is voor de voorgangers, waartussen zich een afscheiding bevindt. Daar zat de voorganger, die zittend de preek hield (op een stoel, de cathedra, later wordt dit woord in andere zin gebruikt), met de ouderlingen in een halve cirkel om hem heen.
Kathedraal betekent niet xe2x80x98grote kerkxe2x80x99, maar een kerk waarin een bisschopszetel, een cathedra, staat. In de praktijk betekende dit wel een grote kerk. Later zou het woord xe2x80x98basiliekxe2x80x99 een eretitel worden voor een kerk die de paus deze onderscheiding gaf, vaak vanwege een speciale functie (bedevaartskerk of een bijzondere historische waarde). Waar eerst de avondmaalstafel nog voor de stoel van de voorganger stond, op een lager niveau, werd dit langzamerhand een altaar, die op de plek van die zetel kwam. Omdat de kerkzang steeds ingewikkelder werd, kwam er een koor. De vorm van de basiliek zou nog eeuwen meekunnen en bleek uitstekend geschikt voor de viering van de Romeinse liturgie.
In de Middeleeuwen werd vaak een dwarsschip gebouwd, waardoor de kerk een plattegrond kreeg in de vorm van een kruis. De bouwstijl werd van Romaans Gotisch. Waar eerst het accent lag op de horizontale lijn (ronde bogen, grote muurvlakken), is dat nu de verticale lijn: spitsbogen, grote glasoppervlakten en smalle, ranke kolommen. De zinnebeeldige beleving van de mensen werd in de Middeleeuwen extatischer. Vooral in Frankrijk kwamen absurd hoge en grote kerken. In Nederland werden de meeste Romaanse kerken vervangen door gotische. De Domkerk van Utrecht en de St. Janskathedraal van xe2x80x99s-Hertogenbosch zijn hoogtepunten van de gotiek in Nederland.
Oude afbeeldingen en symbolen laten zien het christusmonogram (de chi en de rho), de vis (ichthus) en het kruis. Dit nam steeds meer toe. Ook afbeeldingen van Christus, de apostelen, kerkvaders en martelaren kwamen er steeds meer. In het oosten kwam er een eigen stijl: tweedimensionale afbeeldingen (iconen). In de 8e eeuw waren er protesten van vooral Syrische en Armeense christenen, die het tweede gebod naar voren brachten. Voorstanders voerden echter het motief van de menswording van Christus aan. Uiteindelijk wonnen de voorstanders van de iconen, na een strijd van 117 jaar (726-843). De functie van de afbeeldingen was vooral didactisch. Het overgrote deel van de bevolking kon niet lezen of schrijven. Men noemde de afbeeldingen biblia pauerum (Bijbel voor de armen). Wel werd er aan culturele inkleuring gedaan: de apostelen in middeleeuwse kledij!
Met de Reformatie verdwenen de altaren, de beelden en de gebrandschilderde ramen. Het koor had men niet meer nodig. Soms kwam er een schot tussen. Halverwege het schip stond de preekstoel, die daar vanouds zijn plaats had gehad. Dit werd het nieuwe centrum van de kerk. Op de preekstoel kwam een geopende Bijbel te liggen. Vaak worden de woorden xe2x80x98preekstoelxe2x80x99 en xe2x80x98kanselxe2x80x99 door elkaar gebruikt. xe2x80x98Kanselxe2x80x99 komt van cancelli, de trappen of het hekwerk die in een basiliek het liturgisch centrum van het schip afscheidde. Preekstoel is dus beter.
De lengtevorm van het kerkgebouw was niet meer nodig; men groepeerde zich in een halve cirkel rondom de dooptuin. Het zinnebeeldige van de Middeleeuwen was verdwenen en had plaatsgemaakt voor het louter functionele. In de 18e en 19e eeuw veranderden de kerken in xe2x80x98gehoorzalenxe2x80x99, waarin vaak grote galerijen werden gebouwd. De Liturgische Beweging in de 20e eeuw (G. van der Leeuw) pleitte voor meer lofprijzing en aanbidding in de dienst en verweerde zich tegen het louter functionele gebruik van het kerkgebouw. Zij willen weer terug naar de basiliek en willen knielbanken in de kerken. Als gevolg van deze beweging kwam in veel kerken een permanente plaats voor de doopvond en de avondmaalstafel.
(de orde van de eredienst) (de kerkdienst in de knel) (het doops- en avondmaalsformulier) (de preek door de eeuwen heen) [de historische achtergronden van de kerkdienst (1) (2)] [orixc3xabntatie in de liturgie (1) (2)]