n.a.v. collegedictaat A. Baars
Wanneer begint de kerkdienst?
We kiezen bij dit overzicht niet voor de liturgie van Calvijn, maar voor de liturgie die is vastgelegd op de synode van de Gereformeerde Kerken te Middelburg (1933). Dit raamwerk wordt in de traditionele kerken nog steeds het meest gebruikt. Fundamenteel is de vraag: wanneer begint de eredienst? Dit wordt verschillend ingevuld. In principe begint de dienst met votum en groet, al het voorafgaande is dus hooguit voorbereidend van karakter. In de rooms-katholieke en oosters-orthodoxe kerk bestaat die voorbereiding uit een soort xe2x80x98wijdingsritueelxe2x80x99. Bij ons is dat wellicht het xe2x80x98opgaanxe2x80x99 naar de kerk, de verootmoediging bijvoorbeeld. De voorbereiding begint eigenlijk al thuis. Het gebed thuis bevat drie wensen: dat de dienst tot eer van God mag zijn, dat er in de dienst zegen ontvangen mag worden en dat ons hart voor de dienst wordt toebereid. Binnen het Engelse puritanisme werd aan de voorbereiding (xc3xa9n nabetrachting!) grote aandacht geschonken, binnen het gezin, als onderdeel van de family worship. Na de dienst vroeg de vader aan de kinderen wat ze van de preek hadden onthouden.
De houding in de kerk vxc3xb3xc3xb3r de dienst
Abraham Kuyper weert zich tegen de gedachte dat de kerk een heiligdom is, waar slechts grote eerbied gepast zou zijn en waarin men alleen maar stil mag zitten zonder links of rechts te kijken. Hij zegt bijvoorbeeld: xe2x80x98Enkelen dreven dit zelfs zoover, dat ze het hoog kwalijk namen, als twee naast elkaar zittende geloovigen ook maar xc3xa9xc3xa9n ogenblik met elkander zaten te sprekenxe2x80x99. Volgens Kuyper is de gemeentelijke samenkomst xc3xb3xc3xb3k voor de broederband. Daarom pleit hij voor een onderlinge ontmoeting vxc3xb3xc3xb3r de kerkdienst, dus een door elkaar heen lopen in de kerkzaal om elkaar te spreken en te groeten. Het is voor Kuyper onverdraaglijk dat men in de kerk als vreemden naast elkaar zit, zonder elkaar te kennen. Kuyper ziet als ideaal een ontvangzaal bij elke kerk, waar men elkaar kan ontmoeten voordat men zich als gemeente naar de kerkzaal begeeft.
Muziek en zang voor de dienst
Orgelspel als voorbereiding op de dienst is goed. A.C. Barnard zegt: xe2x80x98Gepaste orrelspel voor die diens kan ontsaglik veel doen om die regte stemming te help skep vir die regte viering van die erediens. (xe2x80xa6) Rustige spel deur die orrel kan veel doen om die gemoedskalmte en die ontvanklikheid vir die evangelie te bringxe2x80x99. Hij doelt dan bijvoorbeeld op het feit dat veel mensen vol zitten van de alledaagse beslommeringen van het leven, en dat kan door rustig orgelspel even een plaats krijgen. Ook is het zo dat veel kerkgangers de tekst van een groot aantal melodiexc3xabn kennen. Als ze dan die melodie horen, komen de woorden vanzelf in de gedachten. In verschillende gemeenten is de zogenaamde xe2x80x98voorzangxe2x80x99 nog in gebruik. Liturgisch gezien is het raar dat de kerkenraad dan nog niet binnen is.
Het gebed in de consistoriekamer
Deze oude gewoonte is moeilijk te herleiden. Wellicht heeft het iets te maken met het gebed van de priester in de sacristie ter voorbereiding op de eucharistie. Volgens anderen is het ontstaan in tijden van vervolging, toen diensten verstoord konden worden. Het gebed heeft voor ons te betekenen: een uitdrukking van het feit dat de voorganger geen eenzame solist is, om aan te geven dat de ambtelijke verantwoordelijkheid bij de kerkenraad ligt en om xe2x80x93 vooral kort en sober xe2x80x93 een zegen voor de dienst te vragen.
Binnenkomst van de kerkenraad
Sommigen spreken over de xe2x80x98introxc3xaftusxe2x80x99, intochtslied. Dit is een oude traditie. In de rooms-katholieke kerk werd dit gezongen bij binnenkomst van de voorganger(s) en assistenten: een lange rij. Protestanten zien het intochtslied in de lijn van de oudtestamentische opgang naar de tempel. De term xe2x80x98introxc3xaftusxe2x80x99 of intochtslied is eigenlijk onaanvaardbaar om te gebruiken voor het gereformeerd protestantisme, gezien de roomse achtergrond. Ook kende men het wel als een toezingen van de keizer of andere hooggeplaatsten, als die in vol ornaat ergens binnenschreden. We kunnen beter spreken van xe2x80x98voorzangxe2x80x99 of xe2x80x98aanvangsliedxe2x80x99.
De handdruk van de ouderling
Als er over xc3xa9xc3xa9n onderwerp veel verschil van mening is, is het wel op dit punt. Niemand weet waar het vandaan komt. Daarom zijn er zeker wel acht verschillende opvattingen:
- Het gebruik van de handdruk stamt uit de tijd van de Reformatie toen kerkdiensten nog verboden waren en men hagepreken hield. De mannen die de moed hadden als xe2x80x98kerkenraadxe2x80x99 de mensen samen te roepen gingen dan tussen de mensen door naar de plaats waar de prediker zou staan. Ondertussen werd er een psalm gezongen. De predikanten waren wegens de vervolging meestal ondergedoken, zodat slechts weinigen hen kenden. Welnu, als blijk van herkenning en erkenning gaf dan xc3xa9xc3xa9n van de ouderlingen de predikant bij het spreekgestoelte een hand. Dan wist iedereen het: dat is een wettige prediker.
- In de handdruk is niets anders te zien dan een beleefdheidsgebaar zonder enige kerkelijke betekenis (K. Dijk).
- De handdruk geeft aan dat de predikant optreedt onder leiding, verantwoordelijkheid, bevoegdheid en gezag van de kerkenraad, die zich achter hem stelt. De handdruk na de dienst wil dan zeggen: de opdracht is vervuld.
- De handdruk wil verzinnebeelden dat de kerkenraad achter de predikant staat en de handdruk na de dienst bezegelt dat de kerkenraad de prediking geheel voor zijn rekening neemt.
- De handdruk drukt uit dat de kerkenraad erkent en bevestigt dat de dienaar in de naam van de Heere optreedt en tevens in naam van de gemeente tot God spreekt.
- De handdruk wil zichtbaar maken dat de dienaar optreedt als voorganger der gemeente, zodat de handdruk de eenheid van predikant en gemeente symboliseert.
- De handdruk wil zeggen dat daardoor ten aanschouwen van de gemeente wordt gedemonstreerd: de dienaar wordt door de mede-ouderlingen aanaard als compagnon, mede-ambtsdrager in de ambtelijke bediening.
- Wanneer de ouderling van dienst de predikant de hand geeft aan de voet van de kansel ontvangt hij de Heilige Geest.
Het stille gebed
Het stille gebed markeert de laatste voorbereidingsfase voor de dienst. Het is niet aan te bevelen, zoals in sommige streken wel de gewoonte is, om bij binnenkomst al te bidden; er is namelijk nog vaak geen rust in het kerkgebouw xc3xa9n het gebed is zo een individuele aangelegenheid en niet gezamenlijk. Sommigen hebben bezwaren tegen het stil gebed. Zo zou dit gebruik zijn wortels hebben in het pixc3xabtisme, waar alle nadruk lag op de persoonlijke verhouding met God, de individuele vroomheid. Gebed om xe2x80x98een persoonlijke zegenxe2x80x99 zou niet samen kunnen gaan met het gemeentelijk karakter. Wij zouden willen zeggen: het stille gebed verenigt het individuele en het communale.
Afkondigingen
De afkondigingen kunnen het beste buiten de dienst gelaten worden, omdat ze geen liturgische functie hebben, behalve dan de aankondigingen rond de voorbeden en de dienst der offeranden. Het voelt misschien wel als storend element als tussen het stil gebed en het uitspreken van het votum de afkondigingen plaatsvinden. In Noord-Amerika kennen ze de gewoonte van een wekelijks mededelingenblad; zo kunnen de afkondigingen in de dienst sober gehouden worden.
Het votum
De liturgie van Middelburg (1933) geeft als votum: xe2x80x98Onze hulp is in de Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft. Amenxe2x80x99. Wat is de oorsprong van het votum? Daarvoor moeten we terug naar de middeleeuwse mis. Votum betekent letterlijk belofte, wens of toewijding. De voorganger wijdt de samenkomst toe aan God. Nadat de priester aan de voet van het altaar diep gebogen heeft, maken allen het kruisteken. Vervolgens spreekt hij het wijdingswoord: xe2x80x98In de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Amenxe2x80x99. Daarna citeert de priester geheel Ps. 43. xe2x80x98Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden (xe2x80xa6) dat ik inga tot Gods altaarxe2x80x99. Deze lezing wordt voortdurend onderbroken door responsies van de gemeente. Na het eigenlijke votum is er het adiutorium: xe2x80x98hulpxe2x80x99, ontleend aan Ps. 124:8 (adiutorium nostrum in nomine Domine. Qui fecit caelum et terram). De eerste helft spreekt de priester uit, de gemeente antwoordt met het tweede deel.
Op de synode van Dordrecht in 1574 werd voorgesteld Ps. 124:8 uit te breiden met de woorden uit Ps. 146:6 en 138:8. Het werd dan: xe2x80x98xe2x80xa6Die trouw houdt in der eeuwigheid en nooit laat varen het werk van Zijn handenxe2x80x99. Maar het is niet zeker of dit daadwerkelijk toen gebeurd is. Wellicht is de uitgebreide versie later ontstaan. Wat is de betekenis van het votum in de gereformeerde eredienst? Oorspronkelijk was het dus een wijdingsspreuk. Nu zien we het als een belijdenis van de gemeente dat ze aan de Heere is toegewijd. Calvijn vat het votum vooral op als het in- en aanroepen van de naam van de Heere (invocatio). Calvijn wil geen votum in trinitarische vorm, omdat dit te veel zou doen denken aan een wijdingsformule. Volgens Kuyper gaat het om een proclamatie of plechtige verklaring, en niet om een gebed. Hij vergelijkt het met de opening van de vergadering: xe2x80x98Ik open de vergadering!xe2x80x99
Er zijn dus vier opvattingen: votum als gebed, als belijdenis, als proclamatie en als bemoediging. Sommigen willen het woordje xe2x80x98votumxe2x80x99 niet gebruiken, vanwege de associaties naar de roomse eredienst. Er zijn naast de genoemde korte of uitgebreide versie van het votum ook andere formuleringen, zoals trinitarisch, wat zowel kort als lang kan. Een lange versie zou kunnen zijn: xe2x80x98Onze hulp is in de naam van de Vader die zondaren verkiest, van de Zoon die zondaren verlost en van de Geest die zondaren heiligtxe2x80x99. Hoewel er geen principieel bezwaar is tegen allerlei (eigengemaakte) formuleringen, past soberheid toch wel het meest, en het blijven bij de tekst van de Schrift.
De groet
De oorsprong ligt in de Israxc3xablische groet en zegenwens die vanaf oude tijden een vaste plaats hadden in het gewone intermenselijke verkeer. De groet luidde: xe2x80x98Vrede zij uxe2x80x99, of: xe2x80x98De Heere zij met uxe2x80x99 (Boaz). Als Paulus de gemeente groet in zijn brieven gaat het niet meer simpelweg om een groet die mensen elkaar brengen. Mogelijk werd in de Vroege Kerk de dienst al geopend met een groet. Men gebruikte de wisselgroet. De voorganger zei dan: xe2x80x98De Heere zij met uxe2x80xa6xe2x80x99, waarop de gemeente antwoordde: xe2x80x98xe2x80xa6en met uw geestxe2x80x99. Zulke salutationes (die talrijk waren) achtte de Reformatie overbodig; het werd xc3xb3f afgeschaft xc3xb3f gereduceerd. In de lutherse kerk is zij echter wel blijven voortbestaan. In Noord-Amerika begint de dienst soms met de xe2x80x98call to worhipxe2x80x99. Ook dit wordt dan geformuleerd met een gedeelte uit de psalmen. Hier zit iets in van het oudtestamentische xe2x80x98naderen tot Godxe2x80x99.
Bij Zwingli begon de dienst met zegengroet zonder votum, bij Bucer en Calvijn in Straatsburg begon de dienst met het votum, terwijl de zegengroet enige tijd later in de dienst een plaats krijgt (tussen het zingen van de eerste tafel van de wet en het gebed om onderricht in de wet en het zingen van de tweede tafel van de wet). Bij Calvijn in Genxc3xa8ve begon de dienst met het votum en zonder de zegengroet. In de begintijd van de Reformatie in de Nederlanden lijkt alleen het votum uitgesproken te zijn, de groet niet. Zelfs in de 19e eeuw was dit nog gebruikelijk. Eind 19e eeuw lijkt de zegengroet overal te zijn ingeburgerd.
Is het groet of zegengroet? Het gaat hier om het karakter van de salutatio. Waarom zou een eigentijdse vorm niet mogelijk zijn, zoals: xe2x80x98Goedemorgen, van harte welkom, vrede en alle goedsxe2x80x99. Het is wel waar dat de oorsprongen van de oudkerkelijke wisselgroet in het gewone leven liggen, maar het krijgt in de Schrift toch ook een betekenis die boven een menselijke groet uitgaat. Het gaat niet om een begroeting van mens tot mens, maar een zegengroet in de naam van de Heere. De dialogische begroetingsvorm is zeer oud. Wat betekent dan xe2x80x98xe2x80xa6en met uw geestxe2x80x99? Sommigen denken: xe2x80x98xe2x80xa6en ook met u!xe2x80x99 Anderen denken aan de Heilige Geest, die met de geest van de voorganger is tijdens de dienst.
Met name binnen de gereformeerde tak van de Reformatie heeft men tegen de wisselgroet verzet aangetekend. In Straatsburg en Genxc3xa8ve was het niet langer een wisselgroet. Het is gewoonte in Nederland geworden om votum en zegengroet samen te voegen en als beginpunt van de eredienst te maken. Als de zegengroet als het ware van God komt, kan er geen sprake meer van een wisselgroet zijn. Het is een door God verleende volmacht. Het is daarom niet zozeer een wens, maar een proclamatie of een belofte. De betekenis van de zegengroet is dus: het is een antwoord op het votum, het is een proclamatie van de drie-enige God en het is een belofte dat God tijdens de samenkomst Zijn heil wil uitdelen. We vinden vaak een christologische concentratie bij de zegengroeten in de brieven. De Heilige Geest wordt er nog wel eens buitengelaten. Sommigen pleiten voor omkering van de volgorde van votum en groet. Het idee daarachter is dat het verkeerd is dat we eerst uitspreken dat al onze verwachting van God is en pas daarna God gelegenheid krijgt om ons te begroeten.
Het gebaar bij de zegengroet
Sommigen pleiten voor het uitsteken van slechts de rechterhand van de voorganger, omdat we immers in het dagelijkse leven ook niet met twee handen groeten? Echter, hier zijn ook weer bezwaren tegen. Pas er voor op dat de hand niet al te uitgestrekt wordt, want dan lijkt het sprekend op de nazi-groet! Ook vatten sommige mensen het opheffen van xc3xa9xc3xa9n hand op als slechts een halve zegen. De zegengroet met twee uitgebreide handen is al oud, we lezen het in de 4e eeuw al. Wel moet er onderscheid zijn met de zegen aan het einde van de dienst. Het eerste gebaar is een groetend gebaar met verticaal geheven handen, in het tweede wordt de zegen echt xe2x80x98op de gemeente gelegdxe2x80x99, en zijn de handen dus meer horizontaal gericht. Mag alleen de predikant dit doen, of ook een ouderling? Vanouds wordt gezegd dat de predikant last en macht heeft die de ouderling niet heeft. De laatste jaren pas is deze discussie opgekomen.
Het lied
Er is weinig geschreven door gereformeerden over dit onderwerp. Na votum en groet wordt meestal een lofzang gezongen, een oproep om God te aanbidden of een verlangen om Hem in de eredienst te ontmoeten. Na de wetslezing kan gezongen worden over de vreugde dat Hij Zijn wet gegeven heeft, verootmoediging en gebed om vergeving of een gebed om levensheiliging. Na de geloofsbelijdenis kan goed gezongen worden over vertrouwen, de geloofsomgang met God of een doxologie. Het lied ter inleiding op de prediking is sterk gerelateerd op de thematiek van de preek. Het kan goed zien in de preek er nog aan te refereren. Deze psalm zal doorgaans een minder doxologische toonzetting hebben dan de psalm aan het einde van de preek. Na het xe2x80x98amenxe2x80x99 van de prediking moet vooral geen onbekende psalm worden opgeheven. De slotzang kan een afsluitende doxologie zijn, maar ook een gebed voor de barre werkelijkheid die weer wacht in het leven van alledag.
De verbondenheid van de liturgie van de kerk op aarde met de liturgie in de hemel komt fraai onder woorden in het bekende gezang van Gerhard Tersteegen (18e eeuw):
Gott ist gegenwxc3xa4rtig; lasset uns anbeten,
Und in Ehrfurcht vor ihn treten!
Gott ist in der Mitte; alles in uns schweige
Und sich innigst vor ihm beuge!
Wer ihn kennt, Wer ihn nennt,
Schlagt die Augen nieder;
Kommt, ergebt euch wieder!
De eerste berichten over het zingen in de vroegchristelijke kerk stamt uit de 3e en 4e eeuw. Men kende het getijdengebed, waar avond- en morgenhymnen werden gezongen. Een heel oud avondlied is Phos hilaron, een Grieks lied, die in de 4e eeuw al als xe2x80x98oudxe2x80x99 werd aangeduid. In de Nederlandse vertaling luidt het als volgt: xe2x80x98Vriendelijk licht van de heilige heerlijkheid van de onsterfelijke hemelse Vader, van de heilige gezegende Jezus Christus. Nu wij komen tot de ondergang van de zon en het avondlicht zien, zingen wij hymnen tot de Vader en de Zoon en de Heilige Geest die God is. Gij zijt het waard dat men u te allen tijde met heilige stemmen bezingt, o Zoon van God, die het leven geeft waardoor de wereld u verheerlijkt.xe2x80x99 In dit oude lied wordt de godheid van Christus al bezongen, wat pas op latere concilies werd vastgelegd als dogma. Een bekend morgenlied is die van Ambrosius (4e eeuw):
O eeuwxe2x80x99ge Schepper van het al
Die dag en nacht in hun getal,
Tijd en getijde in hun kring
Ons geeft in milde wisseling.
Hoor de heraut der dageraad,
Die waakt terwijl de nacht vergaat,
Hen die op reis zijn begeleidt,
En nacht van nacht met roepen scheidt.
Een heel bekend lied is natuurlijk het Te Deum Laudamus. De oervorm is waarschijnlijk in de 2e eeuw ontstaan.
Wij loven U, o God, belijden U als Heerxe2x80x99.
Eeuwige Vader, U geeft heel de wereld eer.
U zingen alle heemxe2x80x99len, serafs, machten, tronen,
Onafgebroken rijst hun lied op hoge tonen:
Gij, driemaal heilig zijt Gij, God der legerscharen,
Wiens grootheid aardxe2x80x99 en hemel heerlijk openbaren!
U looft dxe2x80x99apostelschaar in heerlijkheid, o Heerxe2x80x99,
Profeten, martelaars, vermelden daar Uw eer.
Door heel Uw kerk wordt steeds, daar boven, hier beneden,
In strij en zegepraal, Uw grote naam beleden.
Zij looft, o Vader, U, oneindig in vermogen,
Onpeilbaar in verstand, onmeetbaar in mexc3xaadogen!
Een beroemd lied uit de Middeleeuwse vroomheid is Dies Irae. Dit lied geeft op aangrijpende wijze uiting aan de vrees voor het gericht op de laatste dag en het tekent de zondaar die in zijn hulpeloosheid pleit op genade. Enkele coupletten hiervan:
Dag des oordeels, dag des Heeren.
Alles zal tot as verteren,
Naar Sibylle en David leren.
Waar moet ik dan van gewagen?
Welke helper moet ik vragen?
Niemand kan Uw oordeel dragen.
Jezus, heb toch medelijden,
Denk, hoe Gij voor mij moest lijden.
Sta mij op die dag terzijde.
Grote Rechter van de wrake,
Laat mij Uw vergeving smaken
Voor Gij xe2x80x99t vonnis op zult maken.
Hoor ik roep in angstig klagen,
xe2x80x99t Hart verbrijzeld en verslagen,
Red mij op die dag der dagen.
Sybille was overigens een heidense profetes. Volgens de legende voorspelde ze de toekomst van Rome en een deel van de zogenaamde xe2x80x98Sybillijnse orakelsxe2x80x99 zou in oude tijden bewaard zijn in de tempel van Jupiter op het Capitool in Rome. Ook ontstonden er onder deze naam Joods-christelijke profetiexc3xabn over de toekomst. Omdat een deel van die profetiexc3xabn uitkwam, genoten zij groot gezag. Sommige kerkvaders geloofden dat deze profetiexc3xabn evengoed gexc3xafnspireerd waren.
Schuldbelijdenis en genadeverkondiging
Van sommige kant wordt gepleit voor invoering van de schuldbelijdenis en de genadeverkondiging als aparte liturgische acten. De historische wortels liggen in de liturgie van de middeleeuwse mis. Schuldbelijdenissen komen op drie momenten van de mis voor. In de pronausdienst in de late Middeleeuwen werd een schuldbelijdenis en gebed om genade of genadeverkondiging in de volkstaal opgenomen. Het wordt voorafgegaan door het algemeen kerkgebed na de preek dat door de gemeente beantwoord wordt met het Onze Vader en een Ave Maria. Schuldbelijdenis wordt hier als een soort verdienstelijk werk gezien. De rooms-katholieke mis kende ook een schuldbelijdenis voor negen xe2x80x98vreemde zondenxe2x80x99. Dat is: waardoor men anderen doet zondigen.
De verkorte vorm van schuldbelijdenis en genadeverkondiging wordt door Zwingli overgenomen. Calvijn gebruikte het ook in Straatsburg. Het vindt plaats aan het begin van de dienst. Het gaat om een verootmoediging. De genadeverkondiging is geen gebed, maar een xc3xa9chte afkondiging van genade. Het lijkt op een openbare absolutie. Schuldbelijdenis en genadeverkondiging zijn verbonden met de wet. De wet wordt door de gemeente gezongen als antwoord op de genadeverkondiging en draagt dus het karakter van de regel van de dankbaarheid. In Nederland kende men dit aspect van de eredienst niet meer, in de puriteinse traditie in Engeland evenmin, maar hier was wel sprake van aparte diensten van verootmoediging en gebed bij allerlei gelegenheden. Het komt overigens weer terug in de moderne (oecumenische) kerkdienst.
Lezing van de wet
De decaloog zien we tot aan de Middeleeuwen niet terugkomen in de liturgie. Toen de pronausdiensten ontstonden, kreeg de wet wel een plekje in de dienst. Zoxe2x80x99n dienst was een soort volkscatechese. In de loop van de Middeleeuwen ontstond in veel kerken een afzonderlijke preekdienst in de volkstaal, voorafgaande aan de eigenlijke misviering. Onder invloed van de volkspredikers maakten deze diensten grote bloei door, en bouwde men in veel kerken in het schip van de kerk (de pronaus) een preekstoel. Dit verschijnsel heeft grote invloed gehad op de vroege Reformatie. In de pronausdienst staat de wetslezing in een catechetisch kader (samen met het Apostolicum en het Onze Vader). Er bestonden in de late Middeleeuwen al verschillende berijmingen van de tien geboden, om te zingen dus, om het ongeletterde volk het in te scherpen.
Bij Calvijn geschiedt de wetslezing na de schuldbelijdenis en genadeverkondiging. Calvijn ziet de wet dus als xe2x80x98regel voor het nieuwe levenxe2x80x99 of als xe2x80x98regel van dankbaarheidxe2x80x99. Dit wordt onderstreept doordat hij de wet laat zingen (in twee delen, tussendoor is er de zegengroet en het gebed om onderricht in de wet). Calvijn berijmde zelf de tien geboden voor de gemeente. In de Nederlandse berijming van Petrus Datheen (1566) komen dezelfde elementen terug:
Heft op uxe2x80x99 hertxe2x80x99, opent uxe2x80x99 oren,
Ghy hardt volck end traegh in xe2x80x98t verstaen,
Wilt uwes Godts stemme nu hooren,
End syn gheboden gaede slaen.
In de staatsberijming van 1773 verandert de toonzetting enigszins:
Mijn ziel, herdenk met heilig beven,
Hoe God met majesteit bekleed,
Zijn wet op Horeb heeft gegeven,
Waar Hij deezxe2x80x99 woorden horen deed:
(en dan volgen de tien geboden)
In de liturgische orde van Datheen kreeg de wet een plaats vxc3xb3xc3xb3r de openbare schuldbelijdenis en genadeverkondiging in de morgendienst. Op die manier werd vooral de ontdekkende functie van de wet benadrukt. Abraham Kuyper wilde de wetslezing plaatsen aan het einde van de dienst, vlak voor de zegen, om te beklemtonen dat het gaat om het doen uit dankbaarheid. Hij vond weinig navolging.
De dienst der gebeden
Er zijn wellicht zes typen gebeden te onderscheiden: verootmoediging of schuldbelijdenis, aanroepen en lofprijzen, gebed om de verlichting door de Heilige Geest en om de opening van het Woord (de epiklese), de dankzegging, de aanbidding en de voorbede.
(de orde van de eredienst) (de kerkdienst in de knel) (het doops- en avondmaalsformulier) (de preek door de eeuwen heen) [de historische achtergronden van de kerkdienst (1) (2)] [orixc3xabntatie in de liturgie (1) (2)]