n.a.v. V. Hepp, Dr. Herman Bavinck, Amsterdam 1921
Vader Jan Bavinck
Bavincks wortels liggen in het Duitse Bentheim. Het was hier in de 19e eeuw, evenals in Nederland, een ingezonken toestand. Met de Afscheiding kwam er een geestelijke opwekking. Vooral onder het gewone volk breidde dit snel uit. De Graafschap werd overstroomd met lekenpredikers en oefenaars. Hermans vader Jan werd hier predikant van de afgescheidenen. Eerst rondreizende, later een vaste gemeente: Uelsen. Jan Bavinck had een stille natuur, hield zich graag achteraf. Voor zichzelf kon hij het niet verder brengen dan een xe2x80x98bedrieg ik mij nietxe2x80x99 of een xe2x80x98denk ikxe2x80x99. Tot zijn levenseinde bleef het weifelende hem kenmerken, behalve waar het principixc3xable kwesties en zijn persoonlijk geloof betrof. Hij was niet alleen predikant, ook was hij betrokken in de opleiding van studenten (Hebreeuws, Grieks en Latijn). Toen de Theologische School in Kampen geopend werd xe2x80x93 en Bavinck voor de benoeming tot docent bedankt had xe2x80x93 werd een zoon geboren: Herman (13 december 1854).
Het belang van het gezin
Herman was een lieve jongen. Kwajongensstreken van hem zijn niet bekend. Zijn ouders hebben er wel leed over gedragen dat hun Herman zich zo moeilijk liet doorgronden en tegenover hen zo gesloten was. Bavinck kende aan het gezin een belangrijke plaats toe. Later zou hij zeggen dat het xe2x80x98is en blijft het opvoedingsinstituut bij uitnemendheid (xe2x80xa6) In het huisgezin heeft de menswording van de mens plaatsxe2x80x99. Verder zegt hij:
xe2x80x98Alles voedt in het huisgezin op, de handdruk van de vader, de stem van de moeder, de oudere broer, het jongere zusje, de zuigeling in de wieg, de zieke lieveling, de grootmoeders en de kleinkinderen, de ooms en de tantes, de gasten en de vrienden, de voorspoed en de tegenspoed, de feestdag en de dag van rouw, de zondagen en de werkdagen, de bede en de dankzegging aan tafel en de lezing van Gods Woord, het morgen- en het avondgebed. Alles is bezig om elkaar op te voeden, van dag tot dag, van uur tot uur, zonder plan, zonder methode en stelsel, die te voren uitgedacht zijn. Van alles gaat een opvoedende kracht uit, zonder dat ze ontleend en berekend kan worden. Duizend nietigheden, duizend kleinigheden, duizend beuzelingen, ze oefenen alle haar werking uit. Het is het leven zelf, dat hier opvoedt, het rijke, onuitputtelijke, afzijdige, grote leven. Het huisgezin is de school des levens, omdat het er de bron en de haard van isxe2x80x99.
Naar Leiden
Bavinck ging studeren aan het gymnasium in Zwolle. In 1873 legde hij belijdenis van zijn geloof af. Over de ontwikkeling van zijn persoonlijk geloof heeft hij weinig gesproken. In hetzelfde jaar kreeg zijn vader een beroep uit Kampen. Hij zag hiertegen op. Zondag aan zondag moeten preken voor professoren en studenten: het was een schrikbeeld voor hem. Toch nam hij aan. Voor zoon Herman was dit een uitkomst. Hij kon nu gaan studeren xc3xa9n onder het ouderlijke dak blijven. xc3x89xc3xa9n jaar studeerde hij nu aan de Theologische School van Kampen. Daarna ging hij naar Leiden. Bavinck wilde de moderne theologie van nabij meemaken. Waarom achtte hij de moderne theologie meer waard dan de ethisch-irenische van Beets, Oosterzee en Doedes? Haar halfslachtigheid voldeed hem niet. Misschien speelt ook mee dat een diametraal de eigen geloofsovertuiging snijdende levensbeschouwing voor een jeugdig student minder gevaarlijk is dan godsdienst van het midden.
Het studentenleven
In Leiden liet hij zich als corpslid inschrijven, maar spoedig had hij hier berouw van. De geest die toen in de studentenwereld heerste was geheel tegengesteld aan de zijne. Afgescheiden predikant toen in Leiden was J.H. Donner, voor wie Bavinck zijn hart uitstortte. Deze gaf te kennen dat een student van zijn kerk in het corps niet behoorde. De student was een menstype van eigen soort. Het studentenleven werd treffend in dit gedicht uit 1876 uitgedrukt:
Niet studeeren / Rondflaneeren / Geld verteeren / Eeuwig beeren
Groote heeren / Imiteeren / Ploert negeeren / Mooie kleren (Pauweveeren)
Steeds vermeeren / Weinig keeren / Retourneren / In de vexc3xaaren / Ecarteeren
Veel parieeren / Steeds mijnheeren / Druk festeeren / Poculeeren
Dan laveeren / Niets ontbeeren / Repeteeren / Zonder eere / Promoveeren
Vloeken als een echt matroos
Dat is eerst studentikoos!
Ondanks alles eenvoudig
Bavinck hechtte zeer aan een omgeving. Toen zijn huisbazin verhuisde, ging hij met haar mee. Hij had behoefte aan rust om zich onverdeeld aan de studie te kunnen geven. Bavinck zou zich vanaf nu onberispelijk gaan kleden. Hij trok moderne kleding aan. Als hij in de vakanties naar Kampen terugging, viel dat op, was hij xe2x80x98wereldsxe2x80x99 in veler ogen. Onder alles bewaarde hij de eenvoud, uit de ouderlijke woning meegebracht. Maar correctheid tot in zijn uiterlijke verschijning toe, fijnheid van vorm en ongekunstelde voornaamheid van manieren waren hem tot levensnoodzakelijkheden geworden. Bavinck was bedeesd tegenover meisjes, hij wist zich dan geen houding te geven.
Studievriend
Studievriend van Bavinck was Christiaan Snouck Hurgronje. Een paar avonden in de week kwamen zij op elkaars kamer bijeen, om te blokken en te repeteren. Zij begonnen om zeven uur en stopten pas te middernacht. Er mocht geen tijd verloren gaan. Onder meer hebben ze op die avonden de gehele Bijbel doorgewerkt. Het werd een hechte vriendschap. Zijn vriend ging echter een andere weg. Hij dacht eerst theoloog te worden, maar het Arabisch kreeg zijn liefde en in dat vakgebied bleef hij. Ze deden samen candidaatsexamen. Eerst moest Snouck Hurgronje. Tegen alle verwachtingen behaalde hij geen xe2x80x98cum laudexe2x80x99. Bavinck, die meer in de gratie stond bij de professoren stond, kreeg dit wxc3xa9l. Bavinck stond erop dat de zijne werd geschrapt. Anders konden ze het document wel verscheuren. Hij kon niet dulden dat zijn vriend op zoxe2x80x99n wijze werd achtergesteld. Later zou zijn vriend een andere kant op gaan, ook in godsdienstig opzicht, Bavinck spreekt zelfs van xe2x80x98zo ontzaglijk ver in beginsel en in levensbeschouwing uiteengaanxe2x80x99.
Zwarigheden
Opmerkelijk is het te lezen, hoe Bavinck altijd vol zwarigheden zit. Vooral drukt het hem, dat hij in de vakanties zo weinig studeert. De zwaartillendheid was hem eigen. Elk nieuw vak xe2x80x98vielxe2x80x99 hem xe2x80x98niet meexe2x80x99. Bavinck kwam er wel achter dat wie wetenschap vergadert, ook smart vermeerdert. xe2x80x98Hoe meer ik er aan doe, des te minder zie ik kans om klaar te komen voor het examenxe2x80x99. In een vakantie kan hij het zich niet voorstellen, dat hij al meer dan een week thuis is en haast nog niets heeft uitgevoerd. En dorre vakken (hij noemt geschiedenis en taalkunde) xe2x80x98beneemt me haast alle lustxe2x80x99. Kerkgeschiedenis staat hem niet erg aan. Bavinck werd ook door examen-vrees gekweld.
Zoon van de Afscheiding
Bavinck verloochende zijn achtergrond niet. Toen hij op een keer in het openbaar een oppositie moest voeren tegenover de moderne theologie, wilde hij tonen een zoon van de Afscheiding te zijn. Hij bracht een trillend protest uit tegen de kerk, waar op dezelfde kansel leugen en waarheid wordt verkondigd. Hij zei dat het zijn persoonlijke schuld ook was en hij eindigde in tranen. Grote consternatie! Bavinck betreurde zijn optreden achteraf; het was volgens hem meer hoogmoed dan Gods eer dat hem dreef.
Eerste preek: het geloof dat de wereld overwint
Bavinck hield in diezelfde tijd zijn eerste preek. Men noemde het toen nog niet een xe2x80x98stichtelijk woordxe2x80x99. Destijds nam men het nog niet zo nauw met het preken van studenten. De eerste preek hield hij in Enschede (augustus 1878). Het ging over 1 Joh. 5:4b xe2x80x98Dit is de overwinning die de wereld overwint, namelijk ons geloofxe2x80x99. xe2x80x98Het uitspreken viel me zeer mee. Ik was zeer kalm en bedaard. Zodat ik blij ben dat ik het maar gedaan heb, en de grootste zwarigheid ook hierin weer overwonnen is (xe2x80xa6) Ik sprak niet met dat gevoel voor mij zelf als ik gehoopt had dat ik doen zou; terwijl de gedachte, altijd zo ver beneden het ideaal te blijven staan, me onophoudelijk bijbleef.xe2x80x99
Nog steeds geen Kampen
Vrienden van Bavinck waren begonnen met de werken van Chantepie de la Sausaye en Gunning te lezen en kwamen geheel onder bekoring van hun theologie. Ze dreigden voor de afgescheiden kerk verloren te gaan, dat zag Bavinck. Daarom ging hij met hen spreken. In Kampen volgde Bavinck geen colleges. Wel informeerde hij wat de docenten behandelden. De school kon hem echter weinig of niets bieden. Vooral het onderwijs van Helenius de Cock (dogmatiek) zinde hem niet. Bavincks vond in het uit preken gaan een mooie afleiding. Met zijn dissertatie wilde het nog niet vlotten. Alleen al het kiezen van een onderwerp ging moeizaam. Uiteindelijk kwam hij uit op xe2x80x98ethiek bij Zwinglixe2x80x99. Omdat Bavinck niet hield van publiciteit werd het een private promotie.
Promoveren op Zwingli
Hij zegt onder andere: xe2x80x98Geen der hervormers is onze tijd zo na verwant als Ulrich Zwingli. De humane toon, de vermijding van al die onkiese beelden, waarin de eeuw der reformatie smaak en welgevallen vond, het gemis van scholastieke redeneringen, de eerbiediging van anderer overtuiging, de ruime, verziende blik, de historische zin, bovenal de ethische beschouwing zijn zovele trekken, die van onmiskenbare verwantschap met onze tijd getuigenxe2x80x99. Een stelling bij zijn proefschrift luidde: xe2x80x98Getoetst aan het gereformeerd beginsel was de Afscheiding van 1834 recht- en plichtmatigxe2x80x99. Opmerkelijk is het dat Bavinck het in zijn andere geschriften nergens meer zo sterk voor Zwingli opneemt. Daarin staat voor hem Calvijn in alle opzichten bovenaan.
De blinde leidslieden laten varen
Tussen zijn promotie en zijn examen voor de Theologische School lag een maand. Berucht was de tekst die student Bavinck opkreeg om een preek over te leveren: xe2x80x98Laat hen varen; zij zijn blinde leidsliedenxe2x80x99 (Matth. 15:14). Bavinck was woedend. Hij begreep meteen, dat men die blinde leidslieden de Leidse professoren bedoeld werden. Brummelkamp had al tegen Jan Bavinck gezegd toen Herman naar Leiden ging studeren: xe2x80x98Gij vertrouwt uw zoon aan de leeuwenkuil toexe2x80x99, waarop vader zei dat God Zijn kind wel zou bewaren. Nu Leiden afgesloten was, werd er gezegd: xe2x80x98Wij danken God, dat dit waagstuk xe2x80x93 want dat blijft het toch altijd xe2x80x93 zo goed is afgelopenxe2x80x99.
Een waagstuk die niet voor iedereen goed afloopt
Bavinck zei: xe2x80x98Heb ik iets aan Leiden te danken dan is het dit: de tegenstander proberen te begrijpenxe2x80x99. Niet voor iedereen liep dit goed af. xe2x80x98Nergens wordt dit conflict met meer smart doorleefd dan in het hart van de studentxe2x80x99. Er waren veel jonge studenten die zichzelf de tijd niet gunden om een nauwgezet onderzoek in te stellen en dan pas een weloverwogen beslissing te nemen. xe2x80x98In de naam van een goed bedoelde maar toch oppervlakkige oprechtheid haastten zij zich, om meteen en beslist positie te kiezen, het oude als verouderd en onbruikbaar te verwerpen en het nieuwe als onveranderlijke en onwankelbare waarheid aan te nemen.xe2x80x99
Kinderlijk geloofsvertrouwen geschokt
Wat Bavinck tot zijn groot verdriet constateerde, was dat hij bemerkte dat na zijn Leidse tijd zijn kinderlijk geloofsvertrouwen was geschokt. Sommigen zeiden tegen hem: als je geschikt voor het ambt wilt zijn, moet je veel vergeten wat je in de collegezalen hebt gehoord. Hoevelen lijden bij deze gedachte onder een innerlijke onwaarheid, die het leven verscheurt! xe2x80x98Met hun positie ontevreden, zoeken velen dan een uitweg in poitiek, diaconaat of filantropie en houden in diezelfde mate op, dienaren des Woords en uitdelers van Gods verborgenheden te zijnxe2x80x99.
Geen gezelligheidsmens
Bavinck was meest in zichzelf gekeerd. Hij had geen zussen om hem te plagen en hem eens uit de hoek te lokken. Zijn broertjes stonden in leeftijd ver beneden hem. De Bavincks hadden allemaal iets stils over zich. Zo ging menig maaltijd voorbij, zonder dat een woord werd gewisseld. Vooral als er vrienden bij waren kon Bavinck soms heel kort zijn. Bavinck vond het allerminst gezellig gezellig te moeten zijn. Tegenover vreemden was hij dit wel verplicht, tegenover eigen niet. Was hij in druk gesprek met anderen gewikkeld en kwam zijn vader binnen, dan zweeg hij weldra. Dit is wel eens in voor hem ongunstige zin uitgelegd.
Nieuwe levensfase
Het tijdperk der kritiek is voor Bavinck afgesloten. Hij stelt zich ten doel van nu af zijn overtuiging te volgen en te verdedigen. xe2x80x98Het naxc3xafeve van het kinderlijk geloof, van het onbegrensd vertrouwen op de mij ingeprente waarheid, zie, dat ben ik kwijt (xe2x80xa6) en nu weet ik het wel, dat ik dat nooit terugkrijg. Zelfs vind ik het goed en ben ik er waarlijk en oprecht voor, dat ik het verloren heb. Er was ook in dat naxc3xafeve veel, wat onwaar was en gereinigd moest worden.xe2x80x99 Bavinck wilde niet bekend staan als criticus. xe2x80x98Ik kan niet alles ontleden, koel en onverschilligxe2x80x99.
Preekkoorts
Zijn roem als redenaar verbreidde zich. Zo ook in Franeker. Hij werd daar beroepen en nam aan. Het was een verdeelde gemeente. xe2x80x98Preekkoortsxe2x80x99 begon hier. Meestal moest hij vanwege de zenuwen xe2x80x99s zondagsmorgens overgeven en at hij de hele dag weinig of niets. In Franeker hielden ze wel van hem. xe2x80x98Het skuum stond de prediker vaak op de mond, men dacht soms een ogenblik een engel te horenxe2x80x99. Bavinck zette zijn prediking op zoxe2x80x99n hoog plan, dat zij alle geschillen in Franekers kerk ver beneden zich liet. Hij zweeg over de leer van de verkiezing niet, maar sprak er niet zo opzettelijk, tijdig en ontijdig over, als zijn voorganger gedaan had. Bavinck leefde zo voor zijn stof dat soms hem de tranen langs de wangen liepen.
xe2x80x98Ik word steeds meer gereformeerdxe2x80x99
Bavinck trok ongetrouwd de pastorie binnen. Een echtpaar woonde bij hem in om voor hem te zorgen. Tegen de ccatechisaties zag Bavinck erg op. Even scheen hij van plan te zijn geweest vxc3xb3xc3xb3r het aannemen van zijn beroep te bedingen, dat hij alleen de catechisaties van de oudere jeugd zou hoeven te doen. Moeilijk viel hem ook het ziekenbezoek. Hij had het zo nodig, dat een ander het gesprek gaande hield. Bavinck brengt in de gemeente geen veranderingen tot stand, daar is hij de man niet naar. In zijn briefwisseling met zijn vroegere vriend Snouck Hurgronje zegt hij: xe2x80x98Eerlijk gezegd, ik word en ben steeds meer xe2x80x9cgereformeerdxe2x80x9d. Menig voorbarig oordeel van vroeger spreek ik thans niet meer uit. Ik heb meer eerbied gekregen en meer pixc3xabteit voor het geloof en de geloofsarbeid der eeuwen, ik ben bescheidener geworden in mijn meningen, en ben enigszins afgedaald van het hoogmoedig standpunt om alles te toetsen aan mijn verstand en aan mijn rede.
Overige
- Bavinck heeft zijn boeken van elk persoonlijk element bijna geheel gezuiverd; het is dus moeilijk hieruit biografische gegevens af te leiden.
- Bavinck was xe2x80x93 in ieder geval in zijn jeugd xe2x80x93 een groot liefhebber van het damspel.
- Bavinck begon al vroeg met de gewoonte om nooit een boek te lezen zonder aantekeningen te maken.
- Wie was ds. Donner, de predikant uit Leiden waaronder Bavinck als student verkeerde? Zijn preken waren superieur, hij was een geducht exegeet.
- Bavinck grapte eens op de catechisatie. xe2x80x98Er zijn geleerden die beweren dat de mens oorspronkelijk een staart heeft gehad. Sommigen worden, naar men zegt, ook nu nog met zulk een aanhangsel geboren. En een iegelijk onderzoeke bij zichzelf of het aldus zijxe2x80xa6xe2x80x99
[de man achter de Dogmatiek (1) (2) (over Amerika)]