n.a.v. P.H. van Harten, De prediking van Ebenezer en Ralph Erskine. Evangelieverkondiging in het spanningsveld van verkiezing en belofte, xe2x80x99s-Gravenhage 1986
Geen antinomianen
De beschuldigingen van antinomianisme tegen de Erskines waren hardnekkig. We vragen ons wel af of het afwijzen van het legalisme, anders gezegd het opkomen voor de vrijheid van de christen, de Erskines ertoe gebracht heeft de praktijk van de heiligmaking van minder gewicht te achten. Wel klaagt Ebenezer ergens over het gemis aan levensheiliging die hij om zich heen constateert en zegt hij dat xe2x80x98strict holinessxe2x80x99 de prijs op het einde zal wegdragen. Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien. De Erskines waren zich ervan bewust dat de heiligmaking zoals die werkelijk beoefend dient te worden een geheim is dat slechts door weinigen wordt verstaan, het is xe2x80x98a mysteryxe2x80x99. Het sleutelwoord dat ons toegang verleent tot het verstaan van de visie op de heiligmaking is het woord xe2x80x98evangeliexe2x80x99. xe2x80x98Het is de leer van het evangelie die leidt tot heiligheidxe2x80x99. Het gaat om een evangelische wandel, een evangelische regel. Voor de Erskines is het zo dat Christus ook voor de heiligmaking de Alfa en de Omega is.
Evangelische heiligmaking
De heiligmaking is in de belofte al toegezegd. Ook aangaande de heiligmaking geldt dat alle dingen uit God zijn als de Bron van alle zegeningen. Het kan niet genoeg beklemtoond worden dat Christus de Alfa en de Omega van de heiligmaking is. Zoals in Engeland Walter Marshall in de 17e eeuw in zijn postuum verschenen werk over de heiligmaking de band aan Christus en het geloof in Hem centraal stelde, zo deden ook de Erskines dat. We dienen eerst in Christus te zijn, voor wij in Hem kunnen wandelen. Dit impliceert niet dat ze een toegerekende heiligheid voorstonden. De Erskines erkenden, wat de rechtvaardiging betreft, wel een volkomen toerekening, maar wat de heiligmaking betreft een innerlijke werkzaamheid van God in de gelovige. Er voltrok zich in de zondaar een rexc3xable verandering, de mens wordt een nieuw schepsel.
Verandering van de mens
Het leven in de heiligmaking, xe2x80x98the actual holinessxe2x80x99, is er voor de Erskines pas, als wij door het geloof Christus hebben aangenomen. Uitvoerig spraken de Erskines over de aard van de verandering die zich voltrekt als het Woord en de Geest van Christus mensen aangrijpt. Het beeld Gods wordt in hen hersteld, de wet in het hart geschreven, veranderingen in de vermogens van de ziel, verlichting van het verstand, ombuiging van de wil, een richten van de genegenheden op God, een instorting van alle hebbelijkheden van de genade (infusion of all the habits of grace): geloof, hoop, nederigheid, broederlijke liefde, zachtmoedigheid, matigheid, ijver voor de dienst van God. Iemand kan een man van zijn woord zijn of eerlijk in de handel en toch verloren gaan. Maar het nieuwe beginsel van de genade verandert deze zedelijke deugden in genaden.
Hoe meer geloof, hoe meer de zonde overwonnen wordt. Het is als een passer: als de ene voet vaststaat, kan de andere een omtrekkende beweging maken. Zo dient een christen enerzijds vast te staan in Christus als Zijn middelpunt en anderzijds een christelijke wandel te kunnen beoefenen. Het leven in de heiligmaking dient een leven van het geloof te zijn. De nadruk op het geloof in Christus betekent dat in de praktijk van het leven der heiligmaking de blik toch van de gelovige wordt afgewend. De xe2x80x98hebbelijkheid der genadexe2x80x99 ziet Ralph als een schip dat niet voortkomt door de zeilen, maar door de wind. Zo geldt voor de gelovige dat met zijn eigen van God ontvangen genade hij niets tot stand kan brengen; nodig is de werking van de Heilige Geest, die op hem en op de xe2x80x98habitusxe2x80x99 van de genade inwerkt. Als een christen in ware geestelijke gehoorzaamheid wandelt, is dat alleen aan de genade van God toe te schrijven.
De wet
De Erskines stelden dat wie door het geloof in Christus behouden is, niet onder de wet verkeerde, maar onder de genade. De kracht van de zonde is weggenomen. Maar tot antinomianisme kwamen ze nooit. Er zijn nog zoveel zondige neigingen en begeerten die gedood moeten worden en er zijn nog zoveel genaden die opgewekt en verlevendigd dienen te worden, dat een gelovige voor heel zijn leven werk heeft. De Erskines gebruikten wel de uitdrukking xe2x80x98de wet in de handen van Christusxe2x80x99. Dit houdt niet in dat aan de inhoud van de wet iets is veranderd, maar het grote voorrecht van een christen dat hij het gebod ontvangt van God in Christus en niet van God als Rechter. De vraag komt op of op deze wijze geen afbreuk wordt gedaan aan het gezag van God als Wetgever en of zo de gehoorzaamheid aan de wet voor de gelovigen toch niet een te vrijblijvende zaak wordt. Als schepselen blijven de gelovigen gehouden aan het gezag van God als Schepper. Dit gezag komt evenwel tot hen door Christus. Juist de gelovigen zijn gehouden om de wet van de Schepper te onderhouden, maar dan zoals deze is in de hand van de Middelaar.
Een christen is niet van de gehoorzaamheid aan de wet ontheven, maar zijn nieuwe relatie tot God weerspiegelt zich wel in de verhouding tot de wet. Terwijl de wet in het kader van het werkverbond komt met het onverbiddelijke: doe dat en gij zult leven, komt de wet in haar tweede gestalte met de regel: leef en doet dat. Typisch puriteins is de nadruk op de godsvrucht in het gezin. Opvallend is dat de Erskines betrekkelijk weinig de gemeente opwekten om met God een verbond te sluiten. In het algemeen kan men zeggen dat de Erskines ervan uitgingen dat de geboden en de regels van het christelijk leven bekend waren. Waar het voor hen op aankwam, was dat de gemeente zou verstaan dat er alleen door genade een geheiligde wandel mogelijk is.
Motivatie
Het was de Erskines ernst met de heiligmaking. xe2x80x98Laat uw geloof werkzaam geloof zijn. Gelovigen behoren christenen te zin met de daadxe2x80x99, aldus Ralph. Wat zijn de motieven dat ze aandringen op een heilige levenswandel van de gelovigen? De verheerlijking van God, het getuigenis dat van de christen door zijn levenswandel uitgaat naar anderen, de zekerheid van het geloof xe2x80x93 de echtheid van het geloof kan bevestigd worden en verschaft de gelovige troost xe2x80x93, de belofte van het loon, Gods kastijding (de gedachte dat de wet in de hand van Christus ook een roede en gesel kan zijn, lijkt ver van de Erskines af te staan. Nu Christus het oordeel van de wet gedragen heeft, is voor de gelovige het oordeel en de bedreiging van de wet een vaderlijke kastijding geworden).
Tegen de Moderates
Samenvattend kunnen we zeggen dat het front van de Erskines meer lag bij het wetticisme dan bij het antinomianisme. De Erskines bleven zich het meest tegen de meer verfijnde vorm van wetticisme verzetten. Overigens was hun protest tegen het wetticisme terecht. De ontwikkeling van de prediking in het 18e-eeuwse Schotland laat ons dat zien. Bij de xe2x80x98Moderatesxe2x80x99 ontbrak het niet aan aanbevelingen van vroomheid, evenmin de erkenning van Gods hulp afhankelijk te zijn, maar wel ontbraken de krachtige oproep tot bekering en de wetenschap dat Christus alleen de krachtbron van het christenleven dient te zijn. Een zwak punt van de Erskines is dat ze vooral met betrekking tot de kerkelijke situatie heel veel kunnen zeggen over wat wel en niet moet, maar ze verzuimen om in te gaan op de vele concrete aardse aangelegenheden en noden. De slechte omstandigheden in Schotland, zoals een bepaalde vorm van slavernij of horigheid, wordt niet aangekaart. Van sociale bewogenheid, zoals bij George Whitefield, merken we bij de Erskines niets.
(achtergrond en leven) (homilese en hermeneutiek) (werkverbond en genadeverbond) (prediking van de beloften) (het geloof en de zekerheid ervan) (de heiligmaking) (invloed) (samenvatting)