n.a.v. Jeannette Donkersteeg, Die heimwee hebben, komen Thuis. Het leven van ds. J.T. Doornenbal, Utrecht 1996
Het leven is een vreemde reis, ons hart een donker ding
Ds. Doornenbal was iemand die voor menigeen een vreemdeling bleef. Er doen veel anekdotes over hem de ronde. Dat is er een bewijs van dat hij enerzijds dicht bij de mensen stond, maar anderzijds een deel van zijn persoonlijkheid voor hen verborgen hield. Ondanks zijn schijnbare openhartigheid in de Veluwse Kerkbode was Doornenbal ten diepste een gesloten mens. Hij was een man die veel strijd kende en die alleen xe2x80x93 in de binnenkamer xe2x80x93 uitvocht. Zijn lievelingsregels waren: xe2x80x98Het leven is een vreemde reis, ons hart een donker dingxe2x80x99 (M. Nijhoff).
Mee naar gezelschappen
Jacobus Teunis (Co) Doornenbal werd op 29 november 1909 in Doorn geboren als zoon van Hendrik Doornenbal en Tonia de Greef. Hij werd in de hervormde (confessionele) Maartenskerk van Doorn gedoopt. Doornenbal was ernstig en zwijgzaam en moeders lieveling. Op de dorpsschool blonk hij uit. Zijn lessen leerde hij al lopend over de landweggetjes rondom de boerderij. Al vroeg ging hij met zijn moeder mee naar de xe2x80x98gezelschappenxe2x80x99.
Langzaam zingen
Doornenbal ging talloze keren naar de oude kerk van Neerlangbroek, die hem even lief was als die in zijn eigen woonplaats. Hij vond het er vooral fijn omdat de psalmen er zo langzaam werden gezongen. In Doorn was zijn vader diaken. Het dorp op de Utrechtse heuvelrug telt talloze prachtige, historische gebouwen, waaronder Huis Doorn, waar in 1919 de Duitse ex-keizer Wilhelm II kwam wonen. Dit gebeurde toen Doornenbal tien jaar oud was. De nieuwe bewoner van Huis Doorn bracht maar liefst 59 wagons met kostbare meubels en serviesgoed uit zijn Duitse paleizen mee. Hij nam zoxe2x80x99n zestig man personeel in dienst. Hij vertoonde zich geregeld in het dorp.
Duitse Keizer als buurman
Het is niet onmogelijk dat Doornenbal de keizer meer dan eens in levenden lijve heeft ontmoet. Hij hoefde maar door het hek schuin tegenover hun huis te kijken of hij blikt al in de tuin van Wilhelm II. Het landgoed van Huis Doorn grensde bijna aan de voortuin van het huis van de Doornenbals. Merkwaardig genoeg heeft hij in de vele pennenvruchten die hij later zou schrijven, nooit met een woord over zijn bijzondere en beroemde overbuurman gerept.
Afkeer van lawaai op zondag
Doornenbal moet een serieuze jongen zijn geweest. Al vroeg had hij een afkeer van de toenemende zondagsontheiliging. Toen er almaar meer verkeer op de wegen kwam, bad hij verschillende keren of God alle autoxe2x80x99s wilde opnemen om ze in de diepte van de zee te werpen. Die afkeer van auto- en bromfietslawaai op de zondag heeft hij zijn hele leven gehouden. Hoogtepunt van het kerkelijke jaar in zijn kindertijd was de landelijke zendingsdag in Driebergen.
Theologie studeren
Het was aanvankelijk niet zijn keuze predikant te worden. In zijn hart voelde hij zich boer en later zei hij dat hij dat ten diepste misschien ook wel altijd gebleven was. Aan de andere kant trok de talen- of literatuurstudie hem. Doornenbal zegt hier in 1960 over: xe2x80x98Ik hoorde vorige week een man van een adviesbureau voor beroepskeuze zeggen dat als iemand heel erg onhandig en stom was, hem de raad gegeven werd theologie te gaan studeren. Zodat ik op mijn ouwe dag toch nog tot de ontdekking kom dat ik xe2x80x99t juiste vak heb uitgezocht. Ik heb er lang genoeg aan getwijfeld!xe2x80x99
Boordevol emoties
Honderden keren liep hij door de bossen bij zijn ouderlijk huis, boordevol emoties die hij nergens kwijt kon. Vreugde en verdriet, moedeloosheid en geluk om de machtige schoonheid van de schepping kon hij met anderen niet delen. xe2x80x98En God weet hoe zwaar dat isxe2x80x99, zo schreef hij in 1961. xe2x80x98Zo zijn er telkens momenten in deze dagen van de morgen tot de avond en bij elke voetstap die ik zet, waarin het verleden weer bovenkomt, en ik verdring het niet langer. Maar er is te veel en de kracht der herinnering zo sterk, dat ik mij toch wel bedwingen moet, want de tranen zitten dan vooraan, al zou ik niet kunnen zeggen wat voor tranen, van teerheid, van aandoening, van weemoed om een verloren jeugd en een leven dat voorbij is en niet gebracht heeft wat het had moeten en kunnen brengenxe2x80x99.
Wij leven xe2x80x99t heerlijkst in ons verst verleden
Hoewel hij aan de ene kant over een verloren jeugd sprak, zou hij aan de andere kant altijd met heimwee aan zijn jonge jaren terugdenken en waren ze voor hem de gelukkigste periode van zijn leven. xe2x80x98Wij leven xe2x80x99t heerlijkst in ons verst verleden; de rand van het domein van ons geheugen, de leugen van de kindertijd, de leugen, van wat wij zouden doen, en nimmer dedenxe2x80x99, zo citeer hij Du Perron. Vaak staarde Doornenbal naar een plaat aan de muur waarop een oude hofstee aan het water stond. Bij de boerderij was een brug waarover het vee ging en erachter stond: xe2x80x98The hour of restxe2x80x99. xe2x80x98Ik kende toen nog geen Engels en ik dacht dat het betekende: xe2x80x9cTe huur of te koopxe2x80x9d. En dan hoopte ik dat ik het nog eens zou kunnen huren of kopen, want het leek me de volmaaktste plek om er te wonenxe2x80x99.
Rijke fantasie
Doornenbal was al jong een echte boekenwurm. Hij las met rode oren over de voortrekkers en scherpschutters van Zuid-Afrika, de wild-westverhalen van Karl May over de prairies met de roodhuiden en de mustangs, verhalen die hem soms ziek van verlangen maakten. Geen moment kon hij vermoeden dat hij ooit zelf op xc3xa9xc3xa9n van zijn reizen zou spreken met een indiaan en zou slapen in een blokhut in de bergen. Zijn wegdromen in de boeken ontwikkelde in hem een rijke fantasie.
Literatuur
Na de basisschool volgde het Christelijk Lyceum in Zeist. Hij voelde zich er niet echt thuis en was een eenzame leerling, altijd gezeten op de achterste bank, dromerig voor zich uitkijkend. Thuis en in de bossen voelde hij zich het prettigst. Daar droomde hij weg en verdiepte hij zich in de literatuur. Menig kerkbodelezer of kerkganger zou van hem woorden van Shakespeare, Goethe, Rilke, Roland Holst, Nijhoff en Achterberg horen. Op bijna twintigjarige leeftijd begon hij zijn theologiestudie in Utrecht. Hoge verwachtingen had hij niet van de studie. Hij sloot zich aan bij studentenvereniging Voetius (hij zou het schoppen tot assessor). Hij was snel afgeleid, afwezig, dromerig. Een mens die bovendien meer hechtte aan beleving dan aan formulering.
Geestelijke crisis
In 1931 deed hij belijdenis van zijn geloof. In zijn derde studiejaar hield Doornenbal voor Voetius zijn eerste preek over 2 Kor. 7:10a xe2x80x98Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheidxe2x80x99 (kritiek was: de toon van de voordracht was wat zangerig). Doornenbal maakte tijdens zijn studiejaren een geestelijke crisis door. Zoals zoveel theologiestudenten belandde hij aanvankelijk in een tijd van verwarring en vertwijfeling. Hij onderzocht alle dingen, bevond zich onder het gehoor van vrijzinnige en moderne hoogleraren, maar bezocht ook nog steeds de gezelschappen. Met al zijn vragen en twijfels kon hij zich uiteindelijk alleen in de laatsten herkennen. Zo werd hij xc3xa9xc3xa9n van hen.
Geen kerkmuren
Kerkmuren bestonden er niet voor Doornenbal. Hij luisterde soms naar de oud-gereformeerde ds. Blaak, die nog de gewone boerendracht droeg. Soms fietste Doornenbal naar een klein lokaal tussen de koeien in een buurtschap bij Woudenberg, waar door de week oefenaars en predikanten spraken en waar hij later zelf ook preken zou. Vaak moest zijn dan denken aan de opwekking die deze streek onder ds. Michiel Christiaan Vos (1759-1825) had gekend en waarover oude mensen hem wel eens vertelden.
Stemmingsmens
Doornenbal bleek in zijn studententijd al een typisch stemmingsmens, die ontzettend gebonden was aan de sfeer van mensen en gebouwen. Een kleinigheid kon een hele dienst voor hem verknoeien. Een studiegenoot vroeg zich in stilte wel eens af of Doornenbal zich echt voor de theologie interesseerde. Hij had soms de indruk dat hij meer belangstelling voor literatuur dan voor theologie had. Ondenkbaar zijn die vermoedens niet. Doornenbal was een gevoelsmens bij uitstek. Hij was een diepe denker die geen strakke lijnen trok, hij kende altijd een mystieke ondertoon.
Goethe
Over een roeping heeft hij nooit gesproken. xe2x80x98Ik kan evenwel niet ontkennen dat er ook een drang was naar het ambt. Er was vreze des doods en verlangen naar de eeuwige dingenxe2x80x99. Op zijn 18e maakte hij een fietstocht langs de Rijn in Duitsland. Er ging een wereld voor hem open. De romantische Rijn, de machtige Keulse Dom, de heuvels met de ruxc3xafnes prikkelden zijn fantasie. Heel dichtbij kwam hier ook de grote Goethe (xe2x80x98dat gelukkige mensenkindxe2x80x99):
Selig, wer sich vor der Welt
Ohne Harz verschliesst,
Einen Freund am Busen halt,
Und mit dem geniesst.
Was von Menschen nicht gewusst
Oder nicht bedacht,
Durch das Labyrinth der Brust
Wandelt in der Nacht.

[die heimwee hebben komen thuis (1) (2) (3) (4) (5)]